Verslag Herbestemming van Militaire Terreinen
Lees meer over: functieverandering.De Koude Oorlog is voorbij, militaire terreinen raken in onbruik. In de provincie Gelderland alleen zijn meer dan tien terreinen die een nieuwe functie krijgen toegewezen. Groene herbestemming – teruggeven aan de natuur – levert vrij weinig problemen op; het is de ‘rode’ herbestemming die vanavond aan de orde is. Hoe kan en evenwicht worden gevonden tussen cultuurhistorische, financiële en landschappelijke belangen? Aan de hand van de casussen Deelen en Ede-Oost wordt in het tweede deel uit de debattenserie over functieverandering van stad & land die LUX in samenwerking met de provincie Gelderland organiseert, wordt de herbestemming van militaire terreinen onder de loep genomen.
Titel: Functieverandering in Gelderland 2: herbestemming van militaire terreinen
Datum: 18 juni 2007
Lokatie: voormalige vliegbasis Deelen
Bezoekers: 80
In samenwerking met: provincie Gelderland
Download de PDF-versie van dit verslag hier.
Sprekers
Bram ten Bosch (accountmanager Dienst Landelijk Gebied, regio Oost)
René Vossebeld (Stichting Militair Erfgoed, onderzoeker cultuur-historisch erfgoed)
Rob Tutert (projectleider Ede-Oost)
Co Verdaas (Gedeputeerde voor Ruimtelijke Ordening in Gelderland)
Rudy Stroink (directeur TCN property projects)
Gespreksleider
Jaap Modder (voorzitter stadsregio Arnhem Nijmegen)
Verslag
Ruud Vos
Voorafgaand aan het debat geeft Joop Wiltink, projectmanager voor de Hoenderloo Groep, een rondleiding in het gebied waar het debat op locatie zal plaatsvinden: de voormalige vliegbasis op de Kop van Deelen. De instelling voor jeugdzorg en onderwijs heeft het gebied opgekocht in 2005 en is bezig aan een veelomvattend verbouwingsproject dat het gros van de voormalig militaire complexen aangaat. ‘In de verkoopakte moesten we verklaren dat we geen ophef zouden maken als er hier en daar nog een bom zou ontploffen’, vertelt Wiltink. De prikkelarme omgeving in de Veluwe moet de begeleiders van de Hoenderloo Groep in staat stellen om probleemjongeren op het juiste pad te brengen.
Al in 1935 hadden de Duitsers duidelijk voor ogen wat ze wilden doen met de Kop van Deelen, aldus Wiltink. Tijdens de bezetting, vijf jaar later, waren er uitgebreide plannen opgetekend voor het gebied. Een van de belangrijkste aspecten was geheimhouding: het gebied werd gecamoufleerd als een verzameling boerderijen om het militaire karakter te verhullen. De projectleider neemt zijn groep toeschouwers mee langs in gebruik zijnde gebouwen – ‘Hier zit een groep meisjes die het slachtoffer waren van loverboys’ – en panden waaraan nog hard wordt gewerkt. Een deel van de huizen zal slechts tijdelijk worden gebruikt: in de verkoopverklaring staat dat deze gebouwen in 2015 moeten worden afgebroken en de grond eronder teruggegeven aan de natuur.
Onderweg komen steeds meer dingen aan het licht waar Wiltink al tegenaan is gelopen gedurende het herbestemmingsproject. Erg vaak zijn plannen halverwege het verbouwen van een pand compleet omgegooid wanneer de visie van de Hoenderloo Groep en die van de gemeente uiteenliepen. Wiltink verklaart: ‘De helft van de kosten van het volledige project zijn te wijten aan het feit dat we werken met monumentale panden.’ Deze moeten ondanks alle regelgeving snel worden aangepast, omdat jongeren uit de gevangenis worden gehaald om in de Kop van Deelen te plaatsen – zij kunnen niet wachten tot alle procedures eindelijk officieel zijn afgerond. Vaak moet haastig worden beslist om een gebouw volledig volgens de voorschriften van Monumentenzorg bewoonbaar te maken.
‘In de voorbereiding bleek dat sommige partijen bang waren dat dit wel eens een link debat zou kunnen worden’, begint gespreksleider Modder. Gustaf Boissevain van het Ministerie van Defensie heeft bij nader inzien bedankt voor zijn uitnodiging om mee te debatteren. Modder legt uit dat het vanavond niet een klassiek debat betreft, maar ‘een soort masterclass’. Door te werken aan de hand van een vragenset is het de bedoeling om de do’s-and-don’ts te achterhalen voor de herbestemming van militaire terreinen. De vier vragen die de leidraad vormen zijn:
1. de Belvedaire-vraag: Welke natuurlijke en culturele zaken moeten bewaard blijven?
2. de Minister Dekker-vraag: Met welke herbestemming kan een gebied de meeste inkomsten genereren?
3. de Kafka-vraag: Waar ligt de regie over de desbetreffende herbestemming?
4. de Handboek Soldaat-vraag: Welke lessen kunnen we trekken?
Gedurende het debat wordt het Handboek Soldaat opgetekend met erin de belangrijkste kernpunten van de avond.
Structuur
Modder begint vervolgens zijn inleidende interview met Ten Bosch met de Kafka-vraag. ‘Verschillende betrokken organen zouden met elkaar in de clinch liggen over de voormalige vliegbasis Deelen’, begint de accountmanager, ‘maar dat is niet zo.’ Als een gebied als de Kop van Deelen wordt gebruikt door Defensie, is de functie ervan kristaalhelder. Zodra Defensie het gebied niet langer nodig heeft, duikt meteen de vraag op hoe datzelfde gebied het beste het algemeen belang kan dienen. Het Ministerie van Defensie handelt vanuit het oogpunt van de schatkist: hoe kan een gebied de meeste opbrengst genereren? Het Ministerie van ROV denkt in termen van belang voor de natuur. ‘Als er al tegenstrijdige belangen zijn, liggen die vooral hogerop: op het niveau van de ministers. Op de werkvloer gaat het in de regel altijd gesmeerd’ De uitvoerders wordt goed genoeg duidelijk gemaakt wat de bedoeling is, zodat ze met de plannen aan de slag kunnen. ‘Duidelijk is echter dat ieder zijn eigen talenten heeft: waar Domeinen goed is in het genereren van opbrengsten, zijn wij van DLG goed in het teruggeven van gebieden aan de natuur.’
‘Als er al tegenstrijdige belangen zijn, liggen die vooral hogerop: op het niveau van de ministers. Op de werkvloer gaat het in de regel altijd gesmeerd.’ – Bram ten Bosch
De gespreksleider vraagt Ten Bosch of hij lessen voor het Handboek Soldaat heeft. ‘Vanuit het oogpunt van de burger is het vreemd om te zien als overheden met elkaar over straat gaan rollen.’ Het werkt een stuk soepeler als de overheidspartijen constructief met alle betrokken partijen de mogelijkheden verkennen, zodat alle belangen kunnen worden verenigd in het uiteindelijke kabinetsbesluit.
Deelen
René Vossebeld begint zijn presentatie over zijn onderzoek naar de militaire complexen in Deelen. Aan de hand van allerlei kaarten en foto’s legt hij gedetailleerd het verleden bloot van de gebieden in de omgeving die voorheen in handen van Defensie waren. ‘De landerijen werden 2500 jaar voor landbouw gebruikt. Tussen 1938 en 1942 veranderde de regio van een landbouwnederzetting in “Dorf Deelen”, onder invloed van de Duitse overheersing.’ Een van de gevolgen hiervan, koeien van papier-maché die de militaire zone als landbouwgebied camoufleerden, zorgt voor hilariteit onder het publiek. Door dit soort concrete voorbeelden wordt goed duidelijk wat de waarde van Deelen als cultuurhistorisch erfgoed is. Voor de toekomst ziet Vossebeld zowel bedreigingen – ‘onwetendheid en onwil’ – als kansen voor een uitstekende balans tussen rode en groene herbestemming.
Modder vraagt of de overheid de plicht heeft om een militair gebied zo in kaart te brengen als Vossebeld hier heeft gedaan. De onderzoeker antwoordt: ‘Ja, voordat aan herbestemming wordt begonnen, is het van groot belang om zo veel mogelijk kennis te vergaren.’ Ook Ten Bosch gaat uit van de balans tussen de geschiedenis van een regio en een productieve herbestemming. ‘Geschiedenis is leuk, maar het is de toekomst waar het om gaat. Daarin ligt de opgave.’
Ede-Oost
De tweede casus wordt gepresenteerd door projectleider Rob Tutert van het project Ede-Oost. Een kwaliteitsslag voor stad en regio luidt de titel. ‘Defensie was en is de belangrijkste functie van het gebied in Ede – alles wat we hebben gedaan, was in overeenstemming met projectgroep Feniks’, legt Tutert uit. Het resultaat was een integraal masterplan. Het doel van de gemeente Ede is om in 2010 eigenaar te worden van het gebied – met erop drie kazernes, het Enka-terrein en het station en de spoorzone: zo’n 200 ha groot – om het plan op uit te voeren. ‘De regie wordt gevoerd met visie op drie pijlers: landschap, cultuurhistorie en infrastructuur. De cultuurhistorische waarde is groot, want Ede is uniek.’ Ede is namelijk de enige stad van Nederland waar de ontwikkeling van defensiearchitectuur van de laatste honderd jaar zichtbaar is: de desbetreffende gebouwen zijn kenmerkend voor verschillende perioden van de Nederlandse militaire geschiedenis. Daarnaast wordt met een nauwlettend oog gekeken naar de stedelijke structuren van vroeger. Aan de hand daarvan worden de herbestemming ingericht. Zoals de projectleider het zelf verwoordt: ‘Cultuurhistorie treedt in het huwelijk met ruimtelijke ordening.’
Modder doet alsof hij het wat gemakkelijk vindt overkomen. ‘Het is alsof je zegt: “Goed hè, hoe wij alle rode dingen laten staan, en iedereen meteen snapt waarom.”’ Tutert maakt het tegendeel duidelijk, namelijk dat het een grote, ingewikkelde opgave was. De gemeente Ede heeft het voortouw genomen in het immense project, waarin veel andere partijen betrokken waren en verantwoordelijkheid droegen. ‘De gemeente Ede en de betrokken projectontwikkelaars leren gaandeweg veel van elkaar.’ Is Ede ten koste van Defensie de winnende partij geworden binnen het spanningsveld? ‘We zijn allebei een winnende partij, wat dan ook een van de doelstellingen in het masterplan was. Defensie kon waarderen wat Ede met het gebied van plan was.’
Panel
Het laatste deel van de avond vormen Rudy Stroink en Co Verdaas een panel dat zich over beide cases buigt. De vertegenwoordiger van de markt, Stroink, begint: ‘Het eerste wat ik wil meegeven is: zolang u nog onderhandelt, ga géén plannen maken! Dan maak je jezelf alleen maar arm.’ Als een partij een bod doet op een militair gebied, kan hij ervan uitgaan dat andere bieders geen bedoelingen koesteren om de militaire functie te onderhouden. De overheid daarentegen is blij met elke bieder die juist wel onder die doelstelling handelt. Het grondgebied kan men verder laten liggen en als militair terrein handhaven. ‘Onze kinderen zullen ons zelfs dankbaar zijn als we het bewaard laten blijven’, denkt Stroink. Later hoeft pas te worden gekeken naar wat er kan worden aangevangen met de aangekochte militaire terreinen. ‘Als je niks aan de gekochte grondgebieden doet, kunnen ze later erg belangrijke economische zones worden: dat is organische procesvorming.’
Gedeputeerde Verdaas is het eens met Stroink: er moet ruimte zijn voor reflectie, niet alles moet meteen worden bestemd. ‘Het kan van meet af aan als een trein lopen, maar het spannender om te zeggen: “Hier hebt u een plaats, ontwikkel die maar.” Zoals Noord-Brabant militaire gebieden heeft opgekocht om er de gebouwen te slopen en het terrein terug te geven aan de natuur, zo gemakkelijk hadden wij het ons ook kunnen maken. Wij hebben gekozen voor de spannendere en complexere manier.’ De provincie Gelderland voert liever overleg en legt haar verantwoordelijkheid af. ‘Soms moet je durven zeggen dat je niet weet wat je met een gebied aanmoet.’ De les van de dag die Verdaas het publiek meegeeft, is dat nooit vroeg genoeg kan worden begonnen met huiswerk maken over een terrein. ‘Er kunnen nogal wat problemen op je pad vallen. Tegelijkertijd moet je als bedenker het belang inzien dat er vooraf geen visie nodig is over wat er met het gebied moet worden gedaan. Daar kun je nog lang genoeg over nadenken.’ Stroink vult aan: ‘Ik ben dankbaar voor al het land dat is behouden om later nog wat mee te doen. Na veertig jaar van slordige ruimtelijke ordening valt het zelfs mee dat er nog gebieden voorhanden zijn.’
Joop Wiltink van de Hoenderloo Groep doet het afsluitende woord. ‘Met bepaalde stellingen van vanavond was ik het absoluut niet eens, maar gelukkig zijn er ook veel goede dingen gezegd. Waar ik het bijvoorbeeld mee oneens ben: dat je geen plan moet hebben. Als ondernemer moet je weten waar je voor staat, bijvoorbeeld als je jeugd een tweede kans wilt geven. Maak de gemeente en een provincie een onderdeel van je plannen, want als ondernemer moet je durven.’
Meer foto’s vindt u hier.
Agenda
- No events.
E-mailnieuwsbrief
Vul uw e-mailadres in voor een abonnement op de maandelijkse Ruimte!-nieuwsbrief.



Artikel-feed Trackback
Even geduld...
Schrijf een reactie