Datum: maandag 18 december
Door Cindy Cloïn

Ontelbare blokkendozen ontnemen langs de snelwegen en aan de randen van dorpen en steden het zicht op het Nederlandse landschap. Het aanbod van nieuwe bedrijventerreinen in Nederland overtreft de vraag ruimschoots: sommige provincies plannen zes tot negenmaal meer bedrijventerreinen dan noodzakelijk is. Hoe komt het dat er zo’n wildgroei aan bedrijventerreinen is en hoe kan de bouwdrift worden beteugeld? In Lux werd duidelijk dat er behoefte is aan een sterke regierol en een goede samenwerking tussen verschillende gemeenten in dezelfde regio. Essentieel is dat niet elke gemeente voor het eigen gewin gaat en dat er meer aandacht komt voor herstructurering van oude bedrijventerreinen.

Een mysterie. Zo noemt Barrie Needham, hoogleraar planologie aan de Radboud Universiteit de enorme uitbreiding van bedrijventerreinen in Nederland. “De groei van bedrijventerreinen in Nederland is veel groter dan de groei van de werkgelegenheid, dus waar zijn al die bedrijfskavels in vredesnaam voor nodig?”
Nieuwe bedrijventerreinen bieden volgens Needham voornamelijk huisvesting aan bedrijven die een bestaande lokatie in dezelfde regio verlaten. De uitbreiding van bedrijventerreinen is daarom vooral een vervangingsmarkt en amper een uitbreidingsmarkt.
Het bedrijventerreinenbeleid in Nederland is een lokale aangelegenheid, in lijn met de Nota Ruimte. “Gemeenten zien het als hun taak en verantwoordelijkheid om een bedrijf dat daar om vraagt ruimte te bieden. Er is een ruim aanbod tegen aantrekkelijke voorwaarden”, zegt Needham. Bij gemeenten heeft herstructurering van bestaande terreinen weinig prioriteit. Investeren in bestaande terreinen loont vaak de moeite niet voor ondernemers, verhuizen is gewoonlijk goedkoper en eenvoudiger.
En dat mechanisme heeft gevolgen. “Bestaande terreinen worden verlaten en verouderen snel, terwijl de nieuwe terreinen ten koste gaan van de open ruimte in Nederland.”
Volgens Needham ligt de oorzaak bij de gemeenten. “Ze gaan uit van een model dat te ruime schattingen biedt over de benodigde bedrijventerreinen. Ze verwachten dat de uitbreiding een positief effect zal hebben op de werkgelegenheid, maar dat is niet zo. Het gaat hooguit ten koste van de werkgelegenheid in de buurgemeente, het stimuleert de economie niet.”
Er moet nodig wat veranderen, betoogt Needham tijdens het debat dat Lux samen met Stichting Natuur en Milieu heeft georganiseerd. “De provincie moet ervoor zorgen dat de trend wordt doorbroken. Zij moeten de lokale bouwdrift beteugelen en zorgen voor een op nuchtere prognoses gebaseerd beleid. Gemeenten moeten stoppen met het wegsnoepen van elkaars werkgelegenheid door nog meer bedrijventerreinen uit te geven. Sommige ontwikkelingen kunnen misschien wel decentraal, maar moeten misschien toch ook deels centraal geregeld worden. Ik pleit er daarnaast voor dat de aanleg van bedrijventerreinen wordt overgelaten aan de markt, waardoor de grondprijs zal stijgen. De waarde van de terreinen zal stijgen, wat leidt tot de noodzaak voor intensief ruimtegebruik, duurzaam bouwen en goed onderhoud. Ook ben ik voor het oprichten van een fonds voor de herstructurering van oude terreinen.”

‘We moeten voor werkgelegenheid zorgen’

Maarten van Biezen van Stichting Natuur en Milieu vindt dat Nederland in rap tempo ‘verrommelt’, met name als het gaat over de bedrijventerreinen. “Er liggen te veel plannen klaar en dat terwijl de beschikbare hoeveelheid terreinen overeenkomt met de vraag tot 2020.” Dit debat is volgens hem de eerste stap naar een oplossing. “Hoe voorkomen we dat er enerzijds lege bedrijventerreinen liggen terwijl er anderzijds groene ruimte wordt opgeofferd voor nog meer terreinen?”
Wim Bless is wethouder economische zaken in Zevenaar en begrijpt dat er huiverig wordt gekeken naar de uitbreiding van de bedrijventerreinen. Toch kan hij wel verklaren waarom gemeenten nieuwe bedrijventerreinen aanleggen. “We lopen niet achter een model aan bij de uitgifte van bedrijventerreinen. We denken zelf na en luisteren naar de noodsignalen. Als het bedrijfsleven wil overleven, is er meer ruimte nodig. Als je daar niet op inspeelt als gemeente, raak je het bedrijf kwijt. Het is waar dat de uitbreiding in ruimte niet automatisch leidt tot meer werkgelegenheid. Maar als het bedrijf vertrekt, verlies je banen. Als een ondernemer vertrekt, is niemand daar bij gebaat. Het is je taak als lokale overheid om mensen aan het werk te houden.”
Wel erkent Bless het probleem dat elke gemeente op die manier voor nog meer bedrijventerreinen kiest. “ Ik zou daarom voorstander zijn van regionale grondbedrijven, waardoor je op regionaal niveau met meerdere gemeenten kunt zorgen voor het behoud van werkgelegenheid in de regio.”
Jaap Modder is voorzitter van de Stadsregio Arnhem Nijmegen (KAN) en is tevreden met de manier waarop deze regio omgaat met de aanleg van bedrijventerreinen. “Je kunt het wel een mysterie noemen dat er zoveel bedrijventerreinen bijkomen, maar dan is het nog een groter mysterie hoe het komt dat ze zo snel vollopen.”

Regionale aanpak voorkomt versnippering
Het KAN heeft het probleem van de bedrijventerreinen opgetild naar een regionaal niveau. “Gemeenten geven gezamenlijk grond uit, op plekken die we samen hebben vastgesteld. We bundelen de terreinen in stedelijke gebieden en dat is buitengewoon belangrijk. Maar het is flauwekul om te zeggen dat je geen meter meer uit zou mogen geven. We zitten in een overgangsfase van lokale naar regionale terreinen. Hierdoor zitten we met de situatie dat gemeenten hun eerder geplande terreinen nog aan willen leggen. We hebben afgesproken dat dat moet kunnen.”
Needham vindt dat de KAN-regio er redelijk in slaagt om grip te houden op de uitbreiding van de bedrijventerreinen. “Als het elders ook zo ging, was er minder versnippering.” In Gelderland zijn drie maal meer bedrijventerreinen beschikbaar dan noodzakelijk, minder dus dan in de rest van het land.
Hoewel de nieuwe terreinen onder de verantwoordelijkheid van de stadsregio vallen, blijven de oude bedrijventerreinen van de gemeenten. Modder: “We denken wel na over wat we kunnen doen om de herstructurering aan te pakken, we zien dat het nodig is. We hebben overwogen om pilots te starten om gemeenten hierbij te ondersteunen. Er is behoefte aan, maar we hebben nog geen besluiten genomen.”
Het is een goed idee om gemeenten te helpen bij de herstructurering van oude bedrijventerreinen, vindt Volkert Vintges, voorzitter van de Gelderse Milieufederatie “Het gebeurt nu nog sporadisch.” Maar om er écht voor te zorgen dat er minder nieuwe bedrijventerreinen komen, zou je volgens Vintges meer schaarste moeten creëren. “Nu wil elk dorp als het even kan toch nog zijn eigen bedrijventerrein, verschrikkelijk! En de ruimte wordt structureel te ruim ingeschat. Ik kan leven met drie of vier regionale terreinen, maar alles bij elkaar opgeteld wordt het veel te veel.”
Ook Theo Föllings van de Ontwikkelingsmaatschappij Oost-Nederland NV maakt zich zorgen over de ongebrijdelde bouw van bedrijventerreinen langs de snelwegen. “Maar je moet werkgelegenheid creëren, dus je hebt geen keuze. Gemeenten nemen langzamerhand hun verantwoordelijkheid en werken mee aan regionale ontwikkelingen. Wij zetten met name in op herstructurering. Er moet veel meer geld in worden gestoken door de bedrijven zelf, maar ook door de overheid.”
Momenteel is het voor een bedrijf tot vijf keer zo duur om op dezelfde lokatie uit te breiden of verbouwen dan te gaan verhuizen naar een nieuwe plek. Vintges: “Herstructurering en goed onderhoud van bestaande terreinen, kun je dus alleen bereiken door de prijs voor nieuwe terreinen structureel te verhogen of bijvoorbeeld een open ruimte heffing in te voeren.”
In de praktijk pakt het vaak anders uit. In Nijmegen werden in de Brabantse Poort eisen gesteld aan de ondernemers voor zuinig ruimtegebruik. Vintges: “Maar de bedrijven hadden daar geen zin in en bleven weg. Toen is die eis van tafel gehaald omdat de gemeente bang was voor verlies van werkgelegenheid. Zoiets is jammer, je mag best eisen stellen aan een beter gebruik van de ruimte.”
Het overlaten aan de markt is een andere mogelijkheid om de uitgifte van bedrijventerreinen te beteugelen. Modder: “Ik ben niet voor en niet tegen, al heb ik een lichte voorkeur voor publieke uitgifte. Ik ben voorstander van een regionaal grondbedrijf.” Needham is het daar niet mee eens. “Op dit moment raken terreinen vol omdat ze beschikbaar zijn, ze worden te goedkoop aangeboden. Wanneer je het overlaat aan de markt gebeurt dat niet meer. De ruimte zal dan ook efficiënter worden benut.”

Regie nodig bij aanleg nieuwe terreinen

Er is grote behoefte aan regie om de wildgroei van bedrijventerreinen in goede banen te leiden. Needham: “Ik denk dat die regierol het beste past bij de provincie, zij kunnen de gemeenten beteugelen.”
“Op dit moment trekt de provincie zich terug en het resultaat is bedroevend”, vindt Vintges. Modder vindt dat de verantwoordelijkheid vooral bij de regio moet liggen. “Je moet het samen doen, samen uitvinden wat het beste is. Het werkt niet als de provincie dat van bovenaf vaststelt. Je ziet in onze stadsregio dat het gaat werken als je het met gemeenten in overleg aanpakt.”
Vintges: “Maar de regiefunctie van de stadsregio is blijkbaar nog niet sterk genoeg. Er zijn nog steed gemeenten die hun eigen bedrijventerrein willen.”
Föllings: “We moeten allereerst het proces doorbreken dat iedereen voor zichzelf gaat. Regionale samenwerking krijgt niet van de ene op de andere dag vorm, maar je kunt er wel naartoe werken.”


  1. 1 Opiniestuk Needham in NRC Handelsblad at Ruimte in LUX


Schrijf een reactie





abonneer op deze feed itunes.gif

Agenda


    • No events.
Helaas, de agenda doet het even niet. Zie de algemene agenda van LUX voor de debatten die LUX organiseert, waaronder ook de Ruimte!-programma's.

E-mailnieuwsbrief



Vul uw e-mailadres in voor een abonnement op de maandelijkse Ruimte!-nieuwsbrief.