Verslag functieverandering I: herbestemming van kerkelijke gebouwen
Lees meer over: functieverandering.21 mei 2007
Verslag: Cindy Cloïn
Het zijn vaak prachtige gebouwen met een grote symboolwaarde. We vinden dan ook met z’n allen dat ze moeten blijven staan. Maar wat moet Nederland met al die leegstaande kerken? Veel gemeenten kampen met de lastige opgave een een nieuwe bestemming te vinden. De architectuur van het gebouw legt de nodige beperkingen op, de nieuwe functie moet passen bij de identiteit van het gebouw en er mag geen afbreuk worden gedaan aan de monumentale status. LUX organiseerde een publieke brainstorm waarbij aan de hand van drie casussen do’s en dont’s werden opgesteld die belangrijk zijn voor een ideale herbestemming van kerkelijke gebouwen.
Het ene idee is misschien nog mooier dan het andere. Kerkelijke gebouwen die niet langer een functie als kerk hebben, kunnen getransformeerd worden tot bijvoorbeeld appartementencomplex, cultureel centrum of boekhandel. Mogelijkheden te over, maar het is geen makkelijk proces.
Daar kan Annette Marx van Marx en Steketee Architecten over meepraten. Zij was betrokken bij de verbouwing van de Grote Kerk in het Zeeuwse Veere tot muziekpodium. De kerk kent volgens Marx een tragische geschiedenis. ‘Het is een verhaal van glorie en verval. Veere had grote ambities en wilde als zeevarende gemeenschap concurreren met Amsterdam. Er werd begonnen met de bouw van een imposante kerk, maar deze is nooit helemaal afgebouwd. Begin negentiende eeuw werd de kerk geconfisqueerd door de Fransen en werd het een veldhospitaal. Daarna heeft het gebouw nog veel meer functies gehad, maar nooit meer die van kerk.’
Om het gebouw voor de sloop te behoeden is de kerk in 1881 aangekocht door de staat, als het eerste Rijksmonument van Nederland. In 1996 werden Marx & Steketee architecten door de toenmalige rijksbouwmeester Wytze Patijn geselecteerd voor de herbestemming met een culturele functie. Het gebouw moest daarbij intact blijven en de bewogen geschiedenis moest terug te vinden zijn in het ontwerp. In totaal duurde het tien jaar voordat de eerste fase van het project werd afgerond. Marx: ‘Het was ontzettend lastig om draagvlak te creëren, er was veel weerstand vanuit de bevolking. We hebben veel tijd besteed aan onderzoek wat je met de kerk zou kunnen doen.’
Eén van de belangrijke lessen die Marx heeft getrokken uit het hele proces is dat je al op een zeer vroeg moment inspraak moet realiseren en draagvlak moet vinden.
Volgens Henk van Laarhoven, industrieel ontwerper bij Henket & Partners, zijn er bij zulke inspraakprocessen altijd grote tegenstellingen tussen de verschillende partijen. ‘Het is daarom verstandig om de inspraak te institutionaliseren en reguleren, zodat je wel slagvaardig kunt blijven.’
Mickey Bosschert van Reliplan was betrokken bij de herbestemming van zo’n 300 kerkelijke gebouwen: ‘Inspraak is leuk, maar je moet soms als moeder overste optreden en zeggen: dit gaan we doen. Anders gebeurt er niks.’
Die knoop werd in Veere niet echt doorgehakt. ‘Het ontbrak aan daadkrachtig opdrachtgeverschap’, constateert Marx. ‘Er was geen duidelijke visie over wat er met de kerk moest gebeuren. Dat heeft het proces belemmerd.’
Binnen zes maanden
Bij de Grote Kerk in Veere was de Rijksgebouwendienst opdrachtgever, maar het kan ook een gemeente of kerkbestuur zijn. ‘Je moet als opdrachtgever flink zijn en durven doen. Helaas ontbreekt het daar nog wel eens aan’, zegt Bosschert. ‘Eigenlijk zou je binnen zes maanden moeten besluiten wat je plannen zijn voor de herbestemming.’
Zes maanden dus. Daar kunnen ze in Nijmegen nog wat van leren. Want bij de Mariënburgkapel wordt inmiddels al zeven jaar nagedacht, gewikt, gewogen en afgeschoten. Hoe komt dat toch, is de vraag die wethouder Hannie Kunst krijgt voorgelegd. ‘Daar zijn verschillende redenen voor. Het is een prominente locatie in de stad en de bestemming moet passen bij het gebouw. We willen in elk geval dat het gebouw een culturele functie krijgt. Maar daarnaast moet het niet alleen geld kosten, het moet ook wat opbrengen. Bouwkundig gezien is het een ingewikkeld gebouw, met een slechte akoestiek en moeilijke toegankelijkheid voor minder validen. Daar moet allemaal rekening mee worden gehouden.’
Nadat het plan voor een debatcentrum eerder dit jaar definitief werd afgeschoten, hebben burgemeester en wethouders randvoorwaarden en criteria geformuleerd die in juni in de gemeenteraad worden vastgesteld. Daarna kunnen partijen hun ideeën indienen en wordt er een keuze gemaakt voor het beste plan.
De Mariënburgkapel is al sinds 1590 niet meer gebruik in als kerk. In de loop van de jaren heeft het gebouw verschillende functies gehad. Zo was het ooit een kazerne, schildersatlier en archief.
Voor Wim van Meijgaarden, Vicaris-Generaal van het Bisdom Den Bosch, speelt de voorgeschiedenis een rol bij de herbestemming. ‘Er moet altijd rekening gehouden worden met de oorspronkelijke doelstelling van het gebouw. Maar als een kerk al zo lang niet gebruikt wordt, is het alleen maar goed dat er wordt gekeken naar een nieuwe bestemming.’ Dat ligt voor hem gevoeliger bij over kerken die nu nog in gebruik zijn. ‘Elk ander gebruik van een liturgische ruimte is een aftreksel van wat het ooit was. Als u mij vraagt of een kerk een horecabestemming moet krijgen of anders gesloopt moet worden, dan kies ik voor het laatste.’
Boeken in hemelse ambiance
In Maastricht kan de gemeente geen gebrek aan daadkracht worden verweten. Een van de oudste kerken van het land, de Dominicanerkerk, doet tegenwoordig dienst als boekhandel. Boeken in een hemelse ambiance. Hans Peters, -directeur van Selexyz Dekker van de Vegt: ‘De gemeente heeft een duidelijke winkelvisie voor de stad en toen ik daar rondliep was ik meteen verkocht. Ik zag wel een boekwinkel in de kerk.’ De ondernemer en gemeente zijn vervolgens samen aan de slag gegaan met het ontwerp voor de herbestemming van het bijzondere gebouw.
Nadat de Dominicanen hun klooster en kerk ten tijde van Napoleon moesten verlaten, heeft de kerk geen duidelijke functie meer gehad en was onder meer een opslagplaats, paardenstal, feesttent voor het carnaval en de laatste jaren fietsenstalling. Er zitten middeleeuwse fresco’s in de kerk waar de punaises uit moesten worden gehaald.
Het aanstekelijke enthousiasme van Hans Peters zelf en een duidelijke visie op wat er met de kerk moest gebeuren, heeft ertoe geleid dat hier relatief snel een nieuwe bestemming werd gevonden en gerealiseerd. De wettelijke kaders waren vanaf het begin helder. Ook financieel gezien werd de herbestemming goed geregeld: de gemeente heeft een miljoenensubsidie binnengehaald voor de restauratie en blijft ook in de toekomst verantwoordelijk voor het onderhoud. Selexyz betaalt huur en doet zelf investeringen in extra voorzieningen.
Uiteraard is dit financiële plaatje een belangrijke voorwaarde voor een succesvolle herbestemming. Als de overheid niet wil investeren, is een kerkgebouw al gauw ten dode opgeschreven. Zeker als deze zo groot en bijzonder is als de Dominicanerkerk. Je kunt als ondernemer of culturele instelling nooit de kosten opbrengen die de restauratie met zich meebrengt.
Volgens Van Laarhoven is het een mooi voorbeeld, maar geen realistische oplossing voor de herbestemming van alle kerken in Nederland. ‘Dat kunnen gemeenten niet opbrengen. En als het een Rijksmonument is, betekent dat vaak de dood in de pot. De overheid is niet bereid ervoor te betalen.’ Maar volgens Peters kan er wel vaker gedacht worden aan publiek-private samenwerkingen. ‘Er zijn genoeg ondernemers geïnteresseerd in zo’n constructie.’
Volgens Bosschert is de herbestemming zou het ideaal zijn als de overheid de renovatie en het onderhoud voor haar rekening neemt.
In dat geval kan de overheid ook investeren in het instandhouden van de kerkfunctie zelf, vindt Van Meijgaarden. Bosschert is het daar niet mee eens: ‘Het is niet realistisch. Het gaat er om dat de kerken nu leegstaan en dat deze gebouwen weer een maatschappelijke functie krijgen. Als je investeert in renovatie om het gebouw als kerk in stand te houden, dan heeft bijna niemand er wat aan. De kerken lopen leeg!’
De kerken zijn van ons allemaal
Het stoort Bosschert dat kerkbesturen vaak zo terughoudend zijn met het accepteren van een nieuwe functie. ‘Er is sprake van starheid, vooral bij de katholieke kerk. Het zijn onze kerken, dus wij mogen bepalen wat er mee gebeurt, hoor ik dan. Maar de kerken zijn van ons allemaal. Ik zou willen dat de kerkbesturen daar flexibeler in zouden zijn.’
Van Meijgaarden: ‘Wij willen ook dat het cultureel erfgoed overeind blijft, dus we dringen echt niet aan op sloop. Maar we waken wel voor verkeerde herbestemmingen.’
Wethouder Hannie Kunst wil op het eind van het debat nog een laatste toevoeging doen. ‘Ik hoor vanavond veel over de rol van de overheid. Ze moet flexibel zijn, een duidelijke visie hebben op de herbestemming en ook de kosten van de renovatie dragen. Ik kan u zeggen: daar heeft de overheid echt geen geld voor. Laten we de markt dus niet vergeten. Er zijn prachtige voorbeelden van kerken die bijvoorbeeld zijn herontwikkeld tot appartementencomplex. Ook die mogelijkheden moeten we bekijken.’
Aan het einde van de avond waren er twaalf grondregels geformuleerd die belangrijk zijn voor de herbestemming van kerkelijke gebouwen. Kern van het verhaal is dat er daadkracht en enthousiasme moet zijn bij de overheid, de markt en kerkbesturen. De wil om iets moois te realiseren in een cultuurhistorisch gebouw lijkt het halve werk. Neem daarbij een flexibele houding van alle betrokken partijen, heldere kaders en een goed financieel plan en het voortbestaan van de veelal prachtige oude kerken met een nieuwe functie, lijkt gegarandeerd.
Lees de 12 grondregels hier.
Alle artikelen over functieverandering staan hier. En klik hier voor het volgende debat over functieverandering!
Agenda
- No events.
E-mailnieuwsbrief
Vul uw e-mailadres in voor een abonnement op de maandelijkse Ruimte!-nieuwsbrief.


Artikel-feed Trackback
Even geduld...
Schrijf een reactie