Functieverandering in Gelderland 4: nieuwe bedrijven in oude schuren

In de toekomst komen er op het platteland veel boerderijen leeg te staan (ook wel aangeduid als VAB’s, vrijkomende agrarische bedrijfsgebouwen). Alleen al in Gelderland is ongeveer 50 procent van de agrariërs ouder dan 55 jaar en zal een groot deel van hen stoppen met boeren. Wat gaat er met die gebouwen gebeuren? Het gaat niet alleen over gewilde, monumentale herenboerderijen, maar ook over recent gebouwde koeien- en varkensstallen. Mogen daar andersoortige bedrijven in worden gevestigd? Of kunnen er woningen worden gemaakt van een varkensstal? Over de transformatie van het platteland verschenen al verscheidene nieuwe beleidsstukken, maar in de praktijk blijken er nog veel drempels te bestaan. In het debat dat op 12 november plaatsvond in de IJsselhoeve in Doesburg, werd gesproken over de talloze problemen die herbestemming van VAB’s in de weg staan en zocht men naar mogelijke ‘gouden regels’ voor hergebruik van agrische gebouwen.

Datum: 12 november 2007
Lokatie: De IJsselhoeve in Doesburg
Bezoekers: 95
In samenwerking met: Provincie Gelderland

Sprekers
Dirk Strijker, hoogleraar Plattelandsontwikkeling Rijksuniversiteit Groningen
Radboud Vorage, LTO-Noord Projecten
André Baars, wethouder van de gemeente Bronckhorst
Adriaan Velsink, provincie Overijssel

Gespreksleider
Cindy Cloïn, programmamaker afdeling debat Lux

Verslag
Gerard Zeegers

Radboud Vorage is projectleider bij LTO-Noord en schetst de problemen die spelen bij herbestemming. Door structuurverandering in de landbouw vindt er schaalvergroting plaats. Hoe kleiner een bedrijf, hoe lager het rendement daarvan is, dus stoppen veel boeren (ongeveer 30 procent de komende 20 jaar) ermee. Het gevaar dat op de loer ligt is teruggang van de economie op het platteland, verdwijnen van kenmerkend cultuurlandschap en daardoor ook verval en teruggang van voorzieningen. Een van de belangrijkste struikelblokken om het tij te keren is volgens Vorage de opeenstapeling van wetgeving en procedures rond bestemmingsplannen. Die zijn nu nog teveel gericht op de traditionele bedrijfsvoering van agrarische gebouwen en houden andere bedrijvigheid tegen. Mogelijke herbestemmingen voor die gebouwen zijn bijvoorbeeld stalling van caravans is kassen, wonen, kleinschallige kantoren van architectenbureaus, zorgboerderijen, campings. Vorage heeft onderzoek gedaan in het kader van de ‘Pilot Umnutzung Montferland’. De conclusie daarvan is dat in dat gebied de komende tijd 118 van de 373 boerenbedrijven zullen stoppen, waardoor ongeveer 14 voetbalvelden vrij zullen komen.
Voor herbestemming van boerengebouwen wordt vaak contact gezocht met het MKB. Die zijn volgens een onderzoek enthousiast wanneer ze zich in het buitengebied hebben gevestigd en er is veel animo bij de kleine industrie, zoals horeca en kantoren. Maar liefst 13 procent van bedrijven uit het MKB wil binnen 5 jaar verhuizen naar het buitengebied, wanneer die locaties goed bereikbaar zijn, voldoende parkeergelegenheid bieden en de communicatiemogelijkheden (internet) goed zijn.
Boerderijen bestaan echter niet alleen uit fraaie, oude gebouwen die populair zijn om te wonen, maar het zijn ook moderne, lelijke varkens- of ligboxstallen die vanaf de jaren zeventig zijn gebouwd. Als voorbeeld van hergebruik daarvan, laat Vorage een dia zien van een idee van een architect. Die heeft een plan bedacht om een varkensstal te transformeren tot luxe, moderne woningen, waar eventueel ook kantoren in zouden kunnen worden gevestigd. Dit gebeurt allemaal niet omdat regelgeving stroperig is en regelmatig niet tot een vergunning leidt. Vorage: “Complexiteit en formaliteiten van regeltjes. Je ziet door de bomen het bos bijna niet meer. Bovendien moet er veel duur onderzoek worden gedaan voordat herbestemming mogelijk is.”

Om de procedures eenvoudiger te maken denkt Vorage aan teams die elke aanvraag apart behandelen en vervolgens een plan opstellen. Dan hoeft een ondernemer niet zelf allerlei instanties aan te schrijven en kunnen regels die elkaar tegenspreken (ecologische hoofdstructuur, landschapplannen, extensiveringsgebieden) worden omzeild. Volgens Vorage moet er op het platteland geen zware industrie komen, maar is alles wat binnen een woongebied past welkom. Hij maakt zich sterk voor ondernemerschap en ergert zich aan alle verstikkende regelgeving. “We moeten terugstappen naar de tijd voor de Tweede Wereldoorlog. Toen was er veel minder mobiliteit en was er veel meer bedrijvigheid op boerderijen. Zo waren er ook smidsen gevestigd. Nu is alles streng gescheiden, waardoor het platteland aan leefbaarheid en economische dynamiek verliest.”

Saneren

Hoogleraar Plattelandsontwikkeling Dirk Strijker vindt dat we ‘niet niks moeten doen’ en ernaar moeten streven om klassieke, monumentale panden te behouden. Het probleem is echter dat de hoofdmoot van gebouwen die vrij komen juist niet tot die categorie behoort. Van hem hoeven we daar geen energie in te steken. “Breek die oude stallen maar af. Daar hebben we geen andere bestemming voor bedacht en als die leeg blijven staan krijgen we maar verrommeling van het platteland. Wanneer de functie voor een stal wegvalt, moeten we die gewoon saneren.” Strijker hanteert daarbij de stelregel, dat wanneer je geen nieuw kantoorgebouw naast een stal zou willen neerzetten, je die stal zelf dan ook maar beter kunt afbreken. Het is niet altijd logisch om er iets nieuws in te zetten. Volgens Strijker worden gebouwen waarin gewoond wordt het best onderhouden en tast al het andere eigenlijk het landschap aan. “De overheid verzint allerlei regels om het platteland open te houden en ‘verstening’ tegen te gaan. Het is dan niet logisch om dan bij ieder leeg gebouw een nieuwe functie te verzinnen. We kunnen beter nadenken over een nieuw soort vergunning voor nieuwe stallen, waarbij de bouwer zich verplicht om deze later zelf op te ruimen. Nu is het vaak nog zo dat de overheid opdraait voor sanering.”

Vanuit het publiek klinkt kritiek op de standpunten van Strijker:
- Vanuit milieuoverwegingen is sloop juist belastend. Als er koeien en varkens in woonden, kunnen er ook mensen wonen (gelach in de zaal).
- De schuren worden nu wel heel snel weggewoven; misschien denken we er over een paar jaar anders over.
- Een vrouw die een zorgboerderij in Toldijk bestiert merkt op dat ze de stal nodig heeft om alles op te kunnen bergen waartoe ze verplicht is.

André Baars is wethouder in de gemeente Bronckhorst en zegt een ‘tussenpositie’ in te nemen op dit gebied. “Eerst moeten we alle oude boerderijen vol zien te krijgen. Wanneer er echt een heel goed idee is voor hergebruik van een ligboxstal, kan dat wat mij betreft ook. De provindie geeft erg rigide regels; 50 procent sloop, 50 procent hergebruik. Wij als gemeente zijn op zoek naar maatwerk. Het belangrijkste is daarbij dat boeren moeten kunnen blijven boeren.” Volgens Baars zijn er drie soorten gebieden die elk hun eigen regels hebben: buiten-, verwevings-, en agrarisch gebied. Op de aantijgingen dat de overheid vaak te langzaam werkt bij verzoeken tot vergunningverlening heeft Baars een duidelijk antwoord: “In een democratie moet alles worden getoets aan gemaakte afspraken, dus ook de regels voor herbestemming van agrarische gebouwen. Ook de buren moeten worden beschermd, het milieu is belangrijk en het moet allemaal ook nog veilig zijn. Dat kost nu eenmaal tijd.”

Vorage: “Het duurt soms echt te lang, drie of vijf jaar is geen uitzondering. We borgen veel, maar kan het niet met iets minder regels? Nu zijn er zoveel regels dat 80 procent van de mensen, die iets zouden willen afhaakt. We moeten niet het Nederlandse pragmatisme opzij zetten voor allerlei beschermende regelgeving, zodat straks alleen nog mensen met een gevulde portemonnee iets kunnen ondernemen op het platteland.”

Strijker: “Ik ben het eens met de regelgeving. Een verbouwing van een pand moet voldoen aan de eisen die we ook aan nieuwbouw van woningen of bedrijventerreinen stellen.”

Keukentafel

Als vierde spreker komt Adriaan Velsink aan het woord. Hij was tot voor kort projectleider reanimatie agrarisch erfgoed bok de provincie Overijssel en heeft dus veel ervaring met hergebruik. Als projectleider had hij geluk met de provincie zegt hij, want die waren volgens Velsink ambitieus en dachten goed mee. Velsink probeerde ondernemers en gemeenten uit te leggen hoe zij met allerlei verschillende regels en beleidsmaatregelen moesten omgaan, die soms vreemd op elkaar inwerkten. Als belangrijkste bij dit proces noemt hij de ‘keukentafelgesprekken’ die hij voerde met boeren die iets anders wilden. De mensen moesten immers zelf invulling geven aan de plannen. Hij laat een voorbeeld zien van ligboxstallen en een boerderij die werden omgevormd tot nieuwe woningen. Velsink hielp de boer met nieuw werk, advies en zorgde dat er een landschapsarchitect in dienst werd genomen. De provincie betaalde mee, omdat ze het belangrijk vonden dat het landschap erop vooruit zou gaan. Als ander voorbeeld noemt Velsink een fruitteler die van zijn stallen een conferentieoord maakte.
“De plannen verschillen per gemeente en per geval. Soms is er ruimte om iets bij te bouwen omdat een boerderij een kloeke uitstraling heeft. Een andere keer moet het bestuur duidelijk nee zeggen tegen onzinnige, commerciële plannen. Het is wel belangrijk dat je vantevoren meerdere varianten bedenkt, zodat je daarna niet opeens overnieuw moet beginnen. In ongeveer 75 procent van de gevallen die ik meemaakte, kwamen we er met overleg uit. Als we vonden dat een plan veel kwaliteit had, stelden we bovendien af en toe de regels even buiten werking.”
Het publiek is benieuwd wat er met de andere 25 procent is gebeurd, waar geen oplossing voor kwam. Velsing: “Die staan nu nog steeds te koop bij een makelaar en verkeren in slechte staat.”

Baars: “Wij zitten ook vaak aan keukentafels, maar ik verbaas me dat de provincie dat ook deed. Ik verbaas me nog meer over het feit dat de provincie af en toe de regels aan de kant zette. Wij passen soms het bestemmingsplan aan, maar ik gruwel ervan om regels te negeren. Daar is alleen de ondernemer de dupe van, want later zit hij met de gebakken peren omdat er iets niet klopt.”
Het publiek blijft van mening dat de gemeente te streng is op het gebied van regelgeving, waarop Baars fel reageert: “Niet alles kan altijd. Soms kunnen elementen van een plan wel worden gerealiseerd, maar niet alles. Mensen moeten zelf keuzes maken. Waar ik me bijzonder aan erger is ondernemers die pas langskomen met een vergunningaanvraag, terwijl ze al bezig zijn met verbouwen. Vervolgens gaan ze klagen dat het te lang duurt. Wanneer mensen vantevoren langs komen, maken wij tijd vrij om oplossingen te zoeken.”

Maar wat is nu eigenlijk het probleem? Is het een klassieke tegenstelling tussen ondernemers en overheid?
Vorage: “Er worden teveel kansen gemist. Het is leuk dat we allemaal aan de keukentafel met elkaar kletsen. Dat moet wel iets opleveren en het moet niet zo zijn dat alle ideeën verdampen door regelgeving. Ik zie dat er tegenwoordig al verpaupering optreedt en er veel waardeverlies is.”
Baars: “Nu word ik geprikkeld. We moeten onderscheid maken tussen boeren die iets anders willen doen en dus stoppen - die mensen helpen wij met de sloop van de stallen – en mensen die willen stoppen, veel geld daarmee verdienen en dan hun locatie willen volbouwen om nog beter te kunnen rentenieren. Daar werken wij niet aan mee.”
Vorage: “Over de grens hoeven boeren niets te slopen, daar krijgen ze subsidie als ze iets op het platteland ondernemen. Ik heb het niet over gouden handdrukken, maar over werkgelegenheid.”
Velsink: “Vorage wil regels afschaffen, maar ik vraag me af welke kwaliteit hij eigenlijk wil toevoegen aan het buitengebied.”

Een andere vraag aan Vorage is of hij vindt dat er te weinig kwaliteit is in het bestuur. Dat onkent hij: “De overheid heeft vaak moeite zich aan de eigen regels te houden, omdat er ook verschillende overheden over hetzelfde gebied gaan.”
Strijker: “In Nederland gaan we niet uit van dynamisch ondernemerschap in de buitengebieden. Dat is gewoon geen beleid in Nederland.”
Vorage: “Ik wil geen Schiphol op het platteland, maar kleinschalige bedrijven.”
Baars:”Bedrijvigheid moet passen bij het gebied. Vorage maakt het veel te breed. Zo zitten wij nu al een paar jaar met een paar autohandelaars die we niet meer wegkrijgen. Als we de regels oprekken, krijgen we minder kwaliteit. Bovendien is het beleid over dit onderwerp pas anderhalf jaar oud, dus het is allemaal nog nieuw. Ik durf iedereen hier uit de dagen om een overbodige regel te noemen, die wij als gemeente hebben toegevoegd.”
Voordat iemand uit de zaal een discussie over ‘tussendeuren’ kan opstarten, blijkt de tijd er op te zitten en sluit Cindy Cloïn de discussie.


  1. Geen reacties

Schrijf een reactie





abonneer op deze feed itunes.gif

Agenda


    • No events.
Helaas, de agenda doet het even niet. Zie de algemene agenda van LUX voor de debatten die LUX organiseert, waaronder ook de Ruimte!-programma's.

E-mailnieuwsbrief



Vul uw e-mailadres in voor een abonnement op de maandelijkse Ruimte!-nieuwsbrief.