Woensdag 21 maart 2007, LUX
In samenwerking met bewonersorganisatie Heseveld
Download dit verslag in PDF-formaat

Woningcorporaties moeten beter hun best doen bewoners in een vroeger stadium te informeren en bij hun plannen te betrekken; bewoners op hun beurt moeten beseffen dat de woningcorporatie als puntje bij paaltje komt de doorslaggevende stem heeft. Dat waren de belangrijkste conclusies in een bijeenkomst van Nijmeegse corporaties en bewonersorganisaties in LUX op 21 maart 2007, die op initiatief van de bewonersorganisatie van de Nijmeegse wijk Heseveld werd georganiseerd. Freelance-journaliste Cindy Cloïn interviewde een aantal Nijmeegse sleutelfiguren naar de onderlinge verhoudingen, samenwerkingsvormen, obstakels en kansen. In het debat presenteert zij haar bevindingen, gevolgd door debat tussen bewoners en vertegenwoordigers van woningcorporaties.

Sprekers:
Cindy Cloïn, journaliste
Harrie Jansen, bewonersoverleg Heseveld
Adri van Grinsven, directeurbestuurder Standvast Wonen
Kees Strik, directeur Talis
Erwald Kuin, manager klantenbeheer Portaal
Leo van Gerven, adviseur herstructureringsprocessen sociale woningbouw

Gespreksleiding:
Piet-Hein Peeters

Schijninbreng

‘Een 4.’ Harrie Jansen van de Nijmeegse bewonersorganisatie Heseveld geeft een duidelijk rapportcijfer aan het contact tussen bewoners van zijn wijk en de aldaar opererende woningcorporaties. Het contact loopt nu al tien jaar, maar Jansen is nog niet te spreken over de resultaten van het afgelopen decennium. Het zijn geluiden die vaker klinken: bewoners zijn niet tevreden met het handelen van woningcorporaties, terwijl de corporaties zelf ook het een en ander hebben uit te leggen aan de bewoners. Het is derhalve de hoogste tijd, zo vertelt gespreksleider Piet-Hein Peeters, dat bewoners en corporaties elkaar ontmoeten, dat er achtergrondinformatie wordt gegeven over de knelpunten en dat de dialoog kan worden aangegaan. Dat alles, zo is de hoop van Jansen, zou een ‘vruchtbaar resultaat’ moeten opleveren.

Gelderlander-journaliste Cindy Cloïn heeft zich beziggehouden met de problemen die rijzen zodra woningcorporaties en bewoners elkaar treffen. ‘Voor bewoners is participatie belangrijk, maar de invloed van bewoners is ook voor de corporaties van belang: ze kweken er een draagvlak mee,’ aldus de journaliste. Helaas merkte Cloïn dat goede bedoelingen vaak verzandden in beperkte uitvoeringen. ‘De woonbonden hebben wijkbewoners erkend als overleggers, maar kennen de bewoners echter geen zeggenschap toe,’ weet Cloïn. ‘Bovendien bepaalt elke corporatie zélf hoeveel inspraak de bewoners mogen krijgen. Natuurlijk, er zullen zeer weinig corporaties zijn die huurders niet vragen in welke kleur ze hun deuren het liefst geverfd zien. Zaken van groter belang, zoals het verhogen van de huur en het aangaan van fusies, gaan echter te vaak aan de bewoners voorbij. De bewoners hebben heus wel een mening over dat soort zaken, maar met die meningen doen de corporaties te weinig.’

Cloïn merkt op dat burgers te vaak een schijninbreng hebben. ‘Bewoners hebben vrijwel altijd inspraak, maar zelden zeggenschap. Plannen worden te weinig door bewoners en corporaties samen ingevuld. Er ontstaat een echt probleem als de ideeën van de bewoners niet méér zijn dan de spreekwoordelijke kers op de taart: bewoners voelen zich dan nauwelijks serieus genomen. Het gevolg is dat bewoners wantrouwig worden ten opzichte van de corporaties.’

Natuurlijk hoeven bewoners niet over elk steentje zeggenschap te hebben, stelt Cloïn. ‘Maar maak helder wat de speelruimte is voor de bewoners. Beloof ze behoorlijke inspraak en zeggenschap, en kom dat vervolgens ook na. Woningcorporaties die op een dergelijke manier te werk gaan, zullen veel minder beren op de weg treffen.’

Het laatste punt van Cloïn wordt door de bewoners in de zaal onderschreven. Een bewoner vult aan: ‘Bewoners vormen geen echt goede eendrachtige macht tegenover de corporaties, we hebben daar eenvoudigweg de kennis niet voor.’ Cloïn vat haar onderzoek samen in drie belangrijke knelpunten. Ten eerste bestaat er te veel onduidelijkheid over de mate waarin bewoners zeggenschap hebben. Als tweede knelpunt geldt dat de kwaliteit van de inspraak van de bewoners onvoldoende is, temeer daar een gedegen kennis van zaken te vaak ontbreekt. En ten derde hebben bewoners vaak te weinig vertrouwen in woningcorporaties. De bewoners onderschrijven deze knelpunten. Een bewoner komt nog even terug op de tweede stelling. ‘Vroeger werden er allerhande cursussen gesubsidieerd waarin werd geleerd hoe je je als bewoner kon meten met de corporaties. Nu zijn die cursussen verdwenen.’

Geen informatieavond

Adri van Grinsven van woningcorporatie Standvast dient de knelpunten toch even kritisch onder de loep te nemen. Hij weet als geen ander dat het ook zo zijn nadelen heeft als bewoners te véél inspraak hebben. ‘In Bottendaal hebben we een tijd geleden een hoop panden laten renoveren en besloten we de bewoners zélf te laten bepalen hoe de huizen eruit moesten gaan zien. Vanzelfsprekend leverde dat heel wat lachende en tevreden gezichten op. Na verloop van tijd verhuisden echter een aantal mensen: de nieuwe bewoners vonden de stijl van hun voorgangers niet geweldig en wilden de boel op hun beurt ook weer vernieuwen. Tja, als woningcorporatie kan je daar toch lastig mee instemmen: op die wijze kan je wel bezig blijven. Natuurlijk mogen bewoners een aantal dingen zelf bepalen, en dat zal ook altijd zo blijven, maar uiteindelijk ligt de verantwoordelijkheid toch bij ons.’

Een bewoner doet rechtstreeks zijn beklag bij de woningcorporaties. ‘Als wij met jullie afspraken maken, worden die niet nagekomen. Onze corporatie weet niet eens dat ons platform van huurdersbelangen bestaat! Ook in andere wijken schijnt dat voor te komen. Op die manier komt er van inspraak na een aantal mooie woorden helemaal niets terecht.’ Erwald Kuin van woningcorporatie Portaal zegt zich niet in die woorden te herkennen. ‘Wij hebben altijd duidelijk aangegeven hoeveel zeggenschap de bewoners van onze panden hebben,’ aldus Kuin. ‘We nemen informatie mee van de bewoners, maar doen geen beloftes. Sommige bewoners mogen plaats emen in een denktank, en naar hen wordt aandachtig geluisterd.’ Een bewoner die in een dergelijke denktank zit, moet deze woorden beamen, al geeft hij aan dat er nog ‘wantrouwen’ is ten opzichte van de daadwerkelijke uitvoering van de voorstellen.

Een medewerker van een andere woningcorporatie steekt de hand gedeeltelijk in eigen boezem. ‘Beide partijen moeten het gevoel hebben dat ze serieus worden genomen. Bewoners moeten niet slechts een informatieavond krijgen, maar moeten al in een vroeg stadium worden betrokken bij processen. Dat heeft een aantal voordelen: niet alleen ontstaat er vertrouwen, bewoners ondervinden dan ook aan den lijve dat de bomen niet tot in de hemel groeien en dat wij ook te maken hebben met beperkingen, financiën, andere partijen en ga zo maar door.’

Polderen

Kees Strik, directeur van Nijmeegs grootste woningbouwcorporatie Talis, vindt dat bewoners weliswaar inspraak moeten krijgen, maar dat hun invloed ook weer niet te groot moet worden. ‘Zodra we aan bewoners vragen wat ze het allerliefste zouden willen, ontstaat er ruzie,’ vertelt de directeur. ‘Op lange termijn ligt de verantwoordelijk toch bij de corporatie. Niettemin wordt er over de zeggenschap die bewoners kúnnen krijgen, te weinig informatie verstrekt door corporaties. Een ander probleem is dat bewoners vaak kwaad worden als wij ze uitleggen dat wij als corporatie hun adviezen kunnen negeren. Nee inderdaad, dat is geen leuk nieuws. Maar duidelijkheid werkt in de meeste gevallen, kan ik u verzekeren.’

Een corporatie, zo vertelt Strik, maken een besluit met veel respect voor de bewoners, die de buurt nu eenmaal op hun duimpje kennen. Het is van groot belang om de achterban tevreden te stellen. Dat vindt ook een bewoonster in het publiek, die vertelt dat ze samen met architecten, corporaties en andere bewoners van haar wijk in een denktank heeft plaatsgenomen. Ze roemt de uitwisseling van gedachten die binnen de groep plaatsvond: ‘Van architecten leerde ik dat de bomen niet tot in de hemel groeien, terwijl zij ook een beter inzicht kregen in de wensen van ons bewoners.’

De woordenwisseling heeft zijn neerslag achtergelaten in de vorm van een paar stellingen, die door gespreksleider Piet-Hein Peeters op het scherm worden geprojecteerd. Met de eerste stelling, “de kwaliteit van bewonersinspraak is onvoldoende”, is niet iedere bewoner het eens. ‘Met de plannen die bewoners inbrengen is weinig mis,’ foetert een bewoner, ‘waar het maar al te vaak aan ontbreekt, is het vertrouwen van de corporaties.’ Anderen vinden wel dat bewoners kennis tekort komen. ‘Wat een goed idee zou zijn, is om mensen uit bijvoorbeeld het Waterkwartier kennis aan te bieden zodat ze op kunnen boksen tegen de corporaties,’ denkt een bewoner. Een bewoner van het Willemskwartier vertelt dat de bewoners zelf wel kunde hebben en voorts ook moeite doen, maar dat er vervolgens niet naar hen geluisterd wordt door de corporaties. Kees Strik weet wel een oplossing. ‘Bewoners kunnen hulp inhuren, maar moeten begrijpen dat we als corporatie ook geen tovenaars zijn. Bij Koers West kunnen ideeën van bewoners worden uitgevoerd, maar alleen omdat er ruimte is. In het Willemskwartier staat alles al volgebouwd.’ Volgens journaliste Cloïn moeten bewoners en corporaties elkaar opzoeken, meer nog dan nu gebeurt. Toch is dat niet de beste oplossing: zodra bewoners en corporaties met elkaar in gesprek gaan, zie je automatisch dat er veel gepolderd wordt.’

Gouden oplossing?

Een bewoners van Neerbosch-Oost vraagt zich af waarom er na drieënhalfjaar vragen en bedelen nog steeds geen ontspanningsruimte voor bejaarden in zijn wijk is gebouwd. Hij stelt dit als voorbeeld voor de hooghartigheid waarmee corporaties bewoners tegemoet treden. Een andere inwoner van Nijmegen stelt dat bewoners van verschillende huurdersbelangenverenigingen elkaar vaker zouden moeten opzoeken om ervaringen, tips en hulp uit te wisselen: op die wijze is het blok tegen de almachtige corporaties sterker. Weer een andere inwoner stelt dat de voorlichting van de corporaties richting de bewoners voor verbetering vatbaar is. Voorlichting geven is niet alleen voor de bewoners, maar ook voor de corporaties zelf van belang: ‘Dat is eerlijk, en op die manier komen de bewoners er wel uit.’

Geef informatie en koppel die vervolgens ook terug, dat lijkt de gouden oplossing voor corporaties, zo legt een bewoner vervolgens uit. ‘Op die wijze ontwijk je het belangrijkste en meest fnuikende van alles: wantrouwen. Zoek geen excuses, wees eerlijk.’ Een andere bewoner klaagt over beloftes die niet worden nagekomen. ‘Van je ideeën of je inbreng hoor je nooit wat terug. Ik heb mijn stinkende best gedaan om door de bureaucratie heen te komen, maar het is gewoon niet gelukt. Het wordt je dan ook niet gemakkelijk gemaakt.’

Het laatste woord is aan adviseur Leo van Gerwen. De belangrijkste les, zo vat Van Gerwen samen, is dat er een fatsoenlijke relaties tussen bewoners en corporaties wordt opgebouwd. Bovendien moet het verkopen van ja en nee gepaard gaan met fatsoenlijke argumenten. Van Gerwen sluit de avond af met een confronterende vraag aan bewoners en corporaties. ‘Te veel wordt gezocht naar tegenstellingen, te weinig naar antwoord op de vraag; wat bindt ons?’

icon for podpress  Verslag bewoners vs corporaties: Download

  1. Geen reacties

Schrijf een reactie





abonneer op deze feed itunes.gif

Agenda


    • No events.
Helaas, de agenda doet het even niet. Zie de algemene agenda van LUX voor de debatten die LUX organiseert, waaronder ook de Ruimte!-programma's.

E-mailnieuwsbrief



Vul uw e-mailadres in voor een abonnement op de maandelijkse Ruimte!-nieuwsbrief.