Van Arnhem naar Nijmegen - Twee Stedelijke Rivierzones
Lees meer over: bootdebat, rijnboog, Waalfront.Dit is het verslag van het “Bootdebat: De nieuwe rivierzones - Waalfront Nijmegen versus Rijnboog Arnhem”. Algemene informatie over dit programma vindt u hier;
alle berichtgeving over dit debat, waaronder bijvoorbeeld presentaties en krantenartikelen, vindt u hier.
Arnhem en Nijmegen: twee steden aan het water, die allebei de rivier meer bij de stad willen betrekken. Arnhem doet dat door de Rijn de stad in te brengen, Nijmegen geeft bewoners de toegang tot de Waal terug. De ideeën zijn op het eerste gezicht vergelijkbaar, maar is de weg daarnaar toe dat ook? En welk effect hebben de processen op de uiteindelijke plannen? In opdracht van de gemeente organiseerde Allard Koers, programmamaker van cultuurcentrum LUX , een debat op het water.
Op vrijdagmiddag 29 september ligt, in een aangenaam zonnetje, de Graaf van Bylant aan de Rijnkade in Arnhem te wachten op 150 gasten die allen ‘iets met stedenbouw’ hebben. Zij varen van de Rijn in Arnhem via het Pannerdens Kanaal en de Waal naar Nijmegen om te praten over en te kijken naar de twee grootse stadsvernieuwingsprojecten, Rijnboog en Waalfront. Ondertussen analyseren Peter van Rooy (Habiforum), Remco Reijke (De Ruimtestudio) en Huub Kloosterman (Urban Xchange) onder leiding van dagvoorzitter Jaap Modder de overeenkomsten en de verschillen. René Daniels (Buro 5) vat de bevindingen samen.
Terwijl de boot langs de Rijnoever vaart legt Luc Vrolijks, stedenbouwkundige van Urban Futures, uit hoe het project in Arnhem tot stand is gekomen. Daarna vat landschapsarchitect Lodewijk Baljon het Waalfrontproject samen. Een in een oog springend verschil: Arnhem koos voor de hand van de meester, Manuel De Solá Morales, de architect die Barcelona zijn nieuwe haven gaf. Nijmegen zocht vanaf het allereerste begin de dialoog met de gebruikers: bewoners en bedrijven in het gebied. De architecten vestigden zich zelfs tijdelijk in de wijk en hielden regelmatig open huis. Het masterplan in Arnhem vormt het begin van het gesprek met bewoners, in Nijmegen is het de uitwerking ervan. Dat heeft uiteraard gevolgen voor het draagvlak: Nijmegen heeft door veel luisteren en samenwerking een groot draagvlak gecreëerd bij burgers, politiek, investeerder Rabo Vastgoed en architecten. In Arnhem moet die eenstemmigheid nu groeien.
Het project in Arnhem heeft ook een veel langere aanlooptijd: het begin dateert al van begin jaren ’90, maar is gekenmerkt door hollen of stilstaan. Het plan is ontstaan vanuit een beleidsurgentie, dat is niet iets dat burgers aanspreekt. Het is wisselende politici niet gelukt de kaders te stellen en de rest los te laten, het ontwerp is leidend gemaakt. Bewoners zijn niet als deskundigen benaderd. Dat heeft alles te maken met de politiek, in Arnhem is de dualisering uitgevochten over dit plan. Volgens de critici nodigt elke onduidelijkheid, elke discussie uit tot een ideeënstroom die afbreuk doet aan de geloofwaardigheid. Bewoners wisten niet waar ze aan toe waren.
De ideeën in Nijmegen ontstonden zo’n tien jaar later; een snel, intensief traject leidde in zes jaar tot een masterplan. De lijnen waren vanaf het begin helder, waarbij het college steeds als collegiaal span opereerde. De gemeenteraad was eensgezind over de hoofdlijnen. Juist door de strakke kaders was er meer ruimte voor ideeën van gebruikers. Een goed luisterend architectenduo vertaalde die wensen, waardoor meedenkers ook resultaat zagen van hun inspanningen.
Een opvallend verschil in de uitwerking is de band met het verleden. Arnhem wil al sinds de oorlog de oude stad aan de rivier terug, maar heeft de architect een totaal nieuw plan laten ontwerpen. Zo komt de Rijn niet op de historische plek de stad in, terwijl dat - althans volgens Daniels – goedkoper, logischer en makkelijker zou zijn. In Nijmegen daarentegen is, ook op verzoek van de bewoners, uitgegaan van het verleden: eeuwenoude stratenpatronen, zogenaamde standvastige lijnen, vormen de botten van het plan. De Romeinen en het middeleeuwse fort Kraayenhof worden weer zichtbaar gemaakt, maar zonder te kopiëren. Het Waalfront wordt een moderne wijk, daar kan niemand omheen.
Daniels concludeert dat er voor dit soort grote projecten niet één goede methode is. Wel is een strategisch plan vooraf onmisbaar: hoe kun je op die plek en in deze situatie, je doel bereiken? Politiek draagvlak is belangrijk, partijen moeten langere tijd samen willen werken. De gemeente moet de structuur aangeven, dan doen bewoners en bedrijven vanzelf mee. Om de kwaliteit te bewaken adviseert hij een ‘qualityteam’ te formeren voor de komende tien jaar.
Terwijl de boot het gebied voor het Waalfront passeert, geeft Daniels tenslotte beide steden de overweging mee, dat stedenbouwkundige structuren blijvend zijn, maar architectuur een consumptieartikel is: wat niet mooi is en blijft detoneren, breek je na korte tijd weer af.
Auteur verslag: Selma Markhorst.
Agenda
- No events.
E-mailnieuwsbrief
Vul uw e-mailadres in voor een abonnement op de maandelijkse Ruimte!-nieuwsbrief.

Artikel-feed Trackback
Even geduld...
Schrijf een reactie