Datum: dinsdag 11 april
Verslag: Cindy Cloïn

Mensen met een verstandelijke of lichamelijke beperking, ouderen of psychiatrische patiënten horen niet langer thuis in grote zorginstellingen. Extramuralisatie, waarbij de cliënten op kleinschalige wijze en onder begeleiding verspreid over stad of dorp wonen, is al meer dan twintig jaar een populair begrip. Nagenoeg iedereen is positief over de extramuralisatie, maar volgens onderzoekster Rick Kwekkeboom lopen de processen veel te traag. Daarnaast leidt het middel lang niet altijd tot het gewenste doel, namelijk meer deelname aan de maatschappij. Tijdens het eerste Talis-debat in Lux werd gesproken over wat er nodig is om de extramuralisering succesvol te maken.

Ruim twee jaar geleden werd het appartementencomplex op de hoek van de Einsteinstraat/Van Peltlaan opgeleverd. Het complex is het resultaat van een samenwerkingsverband tussen woningcorporatie Talis en de Driestroom, een instelling die mensen met een verstandelijke beperking ondersteunt en begeleidt. De zeventig woningen worden voor het grootste deel bewoond door reguliere huurders. Daarnaast is een aantal woningen beschikbaar gesteld voor 24 cliënten van de Driestroom. Zo is er onder meer een groepswoning waar 24 uur per dag begeleiding en ondersteuning aanwezig is. Ook is er een zogenoemd trainingshuis, waar de cliënten leren om op eigen benen te staan en woont een aantal mensen zelfstandig in ambulante woningen. Zij krijgen een paar uur in de week begeleiding, maar leven verder een zo normaal mogelijk leven, vertelt teamleider Simone van Lubeek.
Het ’samenleven’ met deze speciale groep bewoners wordt over het algemeen als positief ervaren door de bewoners van het complex, zegt Talis-woonconsulent Yvonne Ebbers. Dat was niet meteen het geval. “In het begin was er sprake van enige weerstand en koudwatervrees. Er kwamen behoorlijk wat klachten binnen.” Het overtuigen van de bewoners heeft tijd gekost, erkent ook Van Lubeek. Talis en de Driestroom hebben dat samen opgepakt. “Nu zijn we op het punt dat ze wel eens bij elkaar op de koffie gaan.”
Toch is de rol van deze groep bewoners in het sociale leven in de buurt zeer beperkt. Zo zijn ze vrijwel nooit lid van een club of vereniging en hebben ze weinig contacten met andere buurtbewoners.

Wel tolerantie, maar geen integratie
In Nederland staat bijna iedereen postief tegenover vergaande extramuralisatie van de zorg, waarbij kwetsbare mensen een eigen plek in de samenleving hebben. Tijdens het debat in Lux stond de extramuralisering van mensen met een verstandelijke handicap centraal. In Nederland bestaat deze groep uit ongeveer 100.000 mensen. Zij hebben andere behoeften dan bijvoorbeeld ouderen, chronisch zieken of psychiatrisch patiënten.
Volgens Rick Kwekkeboom, onderzoekster bij het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP), is extramuralisatie geen doel maar een middel om de groep kwetsbare mensen beter deel te laten nemen aan de maatschappij. “Jaren terug is bedacht dat het goed zou zijn om deze mensen weer een plek te geven in de samenleving in plaats van ze af te schermen op grote instellingsterreinen.”
In de loop van de jaren heeft Kwekkeboom verschillende onderzoeken gedaan naar de voortgang van de extramuralisering. “In de praktijk van alledag blijkt het lastig om een integraal pakket aan zorg te bieden in een kleinschalige woonomgeving. Hoewel de betrokkenheid vanuit de buurt groot is, kent deze grenzen. De regierol vanuit de lokale overheid wordt niet als vanzelfsprekend opgepakt.”
Ook op het vlak van begeleiding van de bewoners heeft Kwekkeboom de nodige kritiek op de zorginstellingen. “Persoonlijke begeleiding speelt een centrale rol bij extramuralisatie, anders ontstaan er problemen. Maar dat gebeurt niet altijd even goed. Juist bij mensen met een lichte beperking wordt het aspect van voldoende begeleiding wel eens uit het oog verloren.”
De welzijnsinstellingen en buurtbewoners weten vaak nog niet zo goed wat ze met deze groep bewoners aan moeten. “De activiteiten die er zijn, worden meestal georganiseerd vanuit de instelling. Mijn misschien wat treurige conclusie is dat er hoogstens sprake is van tolerantie, maar niet van integratie. We willen weliswaar het beste voor de groep kwetsbare mensen, maar het gebeurt niet of te traag.”
De werelden van buurt en bewoners met een beperking vertonen, ondanks de extramuralisering, dus weinig overeenkomsten. “De maatschappij moet worden gestimuleerd. De deelname van mensen met een beperking blijft achter.” Er zijn organisatorische, maar ook sociale belemmeringen. Zo wordt de maatschappelijke participatie ook niet altijd gezocht vanuit de kwetsbare groepen. “Ik heb mensen gesproken die zeggen: ik wil voetballen, maar dan wel in het G-team. Dat is ten minste gezellig. Voor een deel komt dit voort uit teleurstelling met de ‘gewone’ omgeving.”
Volgens Kwekkeboom moet er de komende tijd echt wat veranderen om de extramuralisatie tot een succes te maken. Zo moet het woningaanbod worden uitgebreid en mag er niet worden bezuinigd op de persoonlijke begeleiding. Daarnaast moet er meer aandacht zijn voor de relaties met de sociale omgeving. De nieuwe Wet Maatschappelijke Ondersteuning biedt kansen, gelooft Kwekkeboom. “Er zijn in elk geval genoeg mogelijkheden binnen de wmo, de vraag is hoe dit precies wordt ingevuld.”

Aanpak soms stroperig en taai
Geert Tullemans, directeur dienstverlening bij Pluryn Werkenrode Groep, vindt het verhaal van Kwekkeboom voor een deel herkenbaar. “Het klopt dat mensen die extramuraal wonen problemen kunnen hebben. Zo kunnen ze zich erg eenzaam voelen. We moeten ons daarom niet alleen focussen op de woning, maar juist ook op alles daar omheen. Hebben ze werk of hobby’s, voelen ze zich gewaardeerd in sociaal opzicht? De aanpak vanuit de zorg is inderdaad wat stroperig en taai. Maar er zijn zeker resultaten te boeken met de extramuralisatie. Ik ben minder negatief dan Kwekkeboom, ik geloof dat er heel wat mogelijk is.”
Volgens Tullemans moet je oppassen om met je begeleiding te dicht op de cliënt te gaan zitten. “Er moet geen sprake zijn van betutteling. Je zou kunnen zeggen: ook een gehandicapte heeft het recht zich af en toe eenzaam te voelen. In die zin verschil ik van mening met Rick Kwekkeboom. Een professional speelt een belangrijke rol in het leven van iemand met een beperking, maar dat moet je niet gaan overdrijven.”

Corporatie moet meer doen dan leveren van stenen
De laatste jaren tonen woningcorporaties steeds meer belangstelling om te bouwen voor speciale doelgroepen, zoals mensen met een verstandelijke beperking. Er worden vaker samenwerkingsverbanden aangegaan tussen corporatie en zorginstelling in het kader van de extramuralisering. Volgens Ben Wouters, directeur van Woonmaatschappij Maasland, is deze gezamenlijke aanpak een kwestie van willen. “Als zowel de zorginstelling als de corporatie de ambitie hebben om een woonzorgproject te realiseren, moet het lukken. Alleen het leveren van stenen is echter niet voldoende. Je moet verder kijken dan dat, als corporatie ben je ook verantwoordelijk voor de leefbaarheid en welzijn. Ik vind dat een onderdeel van de taak van de corporatie.”
Tullemans: “In het verleden was iedereen veel meer op zijn eigen eiland bezig. Maar je hebt toch allebei een maatschappelijke opdracht die je samen beter kunt invullen. Corporaties en zorginstellingen zoeken elkaar tegenwoordig sneller op.”
Het hele proces begint bij de behoefte aan bepaalde voorzieningen voor wonen en zorg. Wouters vindt dat de regie van dergelijke projecten eigenlijk thuishoort bij de lokale overheid. “De overheid zou in kaart moeten brengen wat de behoeften zijn op het gebied van wonen, welzijn en zorg. Dat is echter vaak niet het geval en dus moeten corporatie of andere marktpartijen die kar gaan trekken.”
Over de samenwerking tussen zorginstelling en corporatie is Wouters redelijk positief. “Al is het soms lastig omdat je het proces met een andere snelheid doorloopt. De procedures in de zorg zijn veel trager. Dan willen wij beginnen met bouwen en is het besluit aan de zorgkant nog niet rond.”

Meer aandacht vanuit welzijn
Susanne Plass, directeur van welzijnsinstelling Tandem, denkt dat er bij de integratie van mensen met een beperking in de wijk een duidelijke rol is weggelegd voor het welzijnswerk. “Wij zijn ons aan het oriënteren wat we kunnen bieden.”
Wouters ziet niet direct de meerwaarde. “Ik denk dat corporatie en zorginstelling daar zelf ook heel goed voor kunnen zorgen. Zij hebben de contacten in de buurt. Wij hebben bijvoorbeeld een gemeenschapshuis gebouwd in Escharen waar ook mensen met een verstandelijke beperking wonen. Zij leveren een bijdrage aan het draaiende houden van het gemeenschapshuis. Daar is geen opbouwwerk voor nodig.”
Tullemans ziet wel wat in de bijdrage vanuit het welzijnswerk. “Het is aangetoond dat wanneer het welzijn van de bewoners goed is er minder vraag komt zorg.”
Het succes van de extramuralisatie valt of staat met de samenwerking tussen de verschillende partijen, waaronder zorginstelling, corporatie en eventueel welzijnsinstelling. In Nijmegen is onlangs Stichting Maat opgericht waarin verschillende organisaties en instellingen de handen ineen hebben geslagen. De regie van dit proces zou moeten worden opgepakt door de gemeente.


  1. 1 Ruimte! van start at Ruimte in LUX
  2. 2 ‘Zorg voor uitwonende verstandelijk gehandicapte moet beter’ at Ruimte in LUX
  3. 3 De Nieuwe Woonwagenbewoners integreren vooral fysiek at Ruimte in LUX


Schrijf een reactie





abonneer op deze feed itunes.gif

Agenda


    • No events.
Helaas, de agenda doet het even niet. Zie de algemene agenda van LUX voor de debatten die LUX organiseert, waaronder ook de Ruimte!-programma's.

E-mailnieuwsbrief



Vul uw e-mailadres in voor een abonnement op de maandelijkse Ruimte!-nieuwsbrief.