Datum: 27 september 2005
Sprekers: Hetty Peterse (Gemeente Nijmegen), Frans Mikx (Stichting Lent 2000), Wim Korvinus (Beeldend Kunstenaar), Rob Steenhuis (Voormalig Spoorbouwmeester / Arcadis Architecten), Jacques Thielen (Far West / Oud-wethouder Nijmegen)
Gespreksleiding: Jaap Modder
Verslag: Allard Koers

Het project Stadspoorten Revisited onderzoekt het gebied rond de spoorbrug van Nijmegen, met als inzet de monumentale landhoofden - dragers van de oorspronkelijke brug uit 1879 – in ere te herstellen. Met inzet van onder meer schoolkinderen, beeldend kunstenaars, studenten en architecten worden plannen ontwikkeld voor beide zijden van de rivier. In LUX werd gesproken over inhoud, proces en legitimatie van het project.

In zijn inleiding merkt gespreksleider Jaap Modder op dat de spoorbrug de eerste vaste oeververbinding in Nijmegen was en daarmee pas 126 jaar een overbrugging is naar het noorden. De oriëntatie op het zuiden zit Nijmegen in de genen en verklaart waarom de stad nog voor een belangrijk deel met de rug naar het “protestantse noorden” toestaat. De bruggenhoofden die nu zo’n centrale rol wordt toebedacht, zijn pas weer ontdekt toen de fietsbrug gereed kwam, zo memoreert Modder. “Met name de zuidkant is weer een mooi ding geworden omdat je er dwars doorheen kunt rijden. Maar tegelijk heeft het ook zijn functie verloren. In 1983 is er een nieuwe brug gekomen, waarmee de functie van fysieke ondersteuning is weggevallen. Ook dat is van belang als je nadenkt over de vraag wat moeten we met de hoofden van de spoorbrug in de komende jaren.”
Nu heeft het stadspoortenproject in zijn ontwikkeling een opmerkelijke wending genomen die niet onvermeld kan blijven, zo stelt Modder. 350 leerlingen waren uitgenodigd om voor de Lentse kant van de brug voorstellen te maken, die onder leiding van architect Jo Coenen zouden worden uitgewerkt aan de TU Delft. Door moedwil of misverstand is men in Delft niet de Lentse zijde maar de zuidzijde gaan aanpakken. En bovendien ging men in Delft niet uit van een historiserende benadering - zoals de gemeente voorstond - maar koos men voor een eigentijdse reconstructie en heeft men er een hele nieuwe betekenis aan gehangen. Het plan is dat de Academie van Bouwkunst in Arnhem de fakkel overneemt en op basis van de kindertekeningen alsnog wat bedenkt voor de noordzijde.
De vraag is wat er nu met de zuidkant gaat gebeuren. Wordt de benadering van Delft in overweging genomen of is de keuze voor een historische reconstructie reeds gemaakt? Hetty Peterse van de gemeente vindt dat je natuurlijk alle mogelijkheden moet afwegen, en dat de eigentijdse ontwerpen uit Delft de keuzemogelijkheden hebben verrijkt. “Wat het atelier in Delft wel heeft duidelijk gemaakt, is dat wanneer je de betekenis van het monument wilt herstellen en weer leesbaar wilt maken, je dat moet doen op historiserende wijze. Als een letterlijke reconstructie. De ontwerpoefening was zinvol, vooral omdat het voor ons een bevestiging was dat we op het goede spoor zitten”.
Peterse toont aan de hand van historisch beeldmateriaal de geschiedenis van de spoorbrug. “Opmerkelijk is dat met de vestingwet van 1874 de middeleeuwse stadspoorten van Nijmegen werden gesloopt, en dat men in precies diezelfde tijd een bruggenhoofd bouwt in de vorm van een middeleeuwse stadspoort. Ooit waren er in Nederland veel van dit soort bruggen in historiserende stijl, maar in de loop van de 20e eeuw zijn ze eigenlijk overal gesloopt. Het landhoofd in Nijmegen is daarmee een zeldzaamheid geworden. Spijtig is alleen dat het monument in slechte staat verkeert, onder meer omdat het in de Tweede Wereldoorlog het karakteristieke bovenste deel werd afgetopt. Een getrouwe reconstructie zou het moment weer in zijn oorspronkelijke staat moeten herstellen.
Gaat het daarmee om een variant op de plannen voor herbouw van de Donjon van de Valkhofburcht? Dat ligt volgens Peterse anders. “Het Valkhof zelf werd afgebroken in 1795, waarna het park op die plek een monument in zichzelf werd. En daar komt bij dat we alleen bij benadering weten hoe het er oorspronkelijk uit zag. Bij het landhoofd speelt die discussie niet. De oorspronkelijke bouwtekeningen zijn voorhanden, we kunnen het zonder probleem in oude luister herstellen.” Ook de kosten hoeven niet het probleem te zijn “Er is uitgerekend dat reconstructie een dikke acht ton kost. We hopen dat particuliere initiatieven dit mogelijk gaat maken. Daarbij gaan wij ervan uit dat wordt gekozen voor reconstructie. Dat is ook ons dringende advies aan de politiek, maar die moet daar nog een besluit over nemen.” Op wat voor termijn de reconstructie moet worden uitgevoerd is nog niet duidelijk. “We zien het project als een proces. Er is nog geen nauwgezet tijdsplan”
Het stadspoortenproject voorziet niet alleen in een poort aan de zuidzijde, maar ook in een antwoord daarop aan de overzijde van de Waal. Deze locatie leent zich juist voor een vrije oefening en voor een eigentijds ontwerp. De twee landhoofden moeten iets gemeen hebben en op symbolische wijze met elkaar worden verbonden. De politieke keuze voor het uitvoeren van de stadspoorten moet nog worden gemaakt, maar Frans Mikx, inwoner van Lent en daar actief in onder meer de Stichting Lent 800, vindt dat de gemeente nu al veel te veel de nadruk legt op de zuid-kant van de Waal. “En ik ben van de overkant”. De zachte kant van de Waal, en volgens Mikx moet dat zo blijven. Als je de Lentse kant wil markeren, dan mag dat in ieder geval niet hoog zijn. “Je komt toch de groene kant binnen? Tien jaar geleden, toen we net geannexeerd waren, vonden wij als stichting dat het gebied aan de Lentse kant een speciale invulling moest krijgen. Het idee was een groene poort naar Nijmegen-Noord - die we ‘Lentmark’ gedoopt hebben - die moest contrasteren met de harde stenige Nijmeegse kant. In die tijd hebben we ons ook verdiept in de historie van deze plek en ontdekten we bijvoorbeeld dat ook het noordelijke bruggenhoofd een boeiende geschiedenis heeft en een van oorsprong fascinerende architectonische structuur is. Waarom is daar geen aandacht voor? Waarom ga je aan de Lentse kant automatisch uit van een hedendaagse markering? Ik pleit ervoor om ook aan de noordkant meer oog te krijgen voor dat wat er is en dat op te vatten als een serieuze opgave.”
Ook beeldend kunstenaar Wim Korvinus – van meet af aan betrokken bij het stadspoortenproject – benadrukt de bijzondere historie van de Lentse kant. In de oorlog bevond zich op precies de plek van het landhoofd een tijdelijk stationnetje, en was de locatie bijzonder belangrijk toen de spoorbrug tijdelijk niet in functie was. En volgens Korvinus zal deze plek ook in de toekomst belangrijk blijven, wanneer de beslissing wordt genomen over de dijkteruglegging bij Lent. “Ongeacht welke keuze straks wordt gemaakt, het punt zal altijd een belang krijgen. Het is een punt waar alles naar focust en waar op den duur beide kanten van de rivier even belangrijk zullen zijn. En dan kan een symbolische verbinding zijn waarde hebben. Als het verlangen daarnaar groot genoeg is, dan komen de financiële middelen daartoe vanzelf op tafel. Maar op dit moment is de aandacht voor de twee landhoofden niet evenredig verdeeld”.
“Wat moet er gebeuren zodat men de Lentse kant net zo serieus neemt als de Nijmeegse kant?” vraagt Korvinus zich af. “Wellicht is voor stadspoorten die plek aan de noordkant veel belangrijker dan aan de zuidkant. De Lentse kant heeft geen eindpunt nu, terwijl er juist daar behoefte zou zijn aan een markeringspunt is, een plek waar je naar toe gaat”.
Rob Steenhuis, tot 1 juli 2005 nationaal spoorbouwmeester, valt op dat mensen telkens oplossingen willen bedenken. Het kan worden hersteld, het kan een atelier zijn, het kan een mooie glazen doos zijn enzovoort. Het denken is heel erg plekbepaald, terwijl het van zo’n groot belang is ook het grotere geheel te bezien. Hij stelt verder dat Lent meer moet accepteren wat er is. “Surrender, trust and accept”. Er is nu eenmaal een nieuwe context ontstaan, en die zul je als vertrekpunt moeten accepteren in het denken over oplossingen aan weerszijden. Steenhuis vraagt zich af wat de reden is om over stadspoort te praten. Er zijn een hele hoop zaken die voor dat begrip in aanmerking kunnen komen. Een station kan ook een stadspoort zijn. Als we blijven praten over stadspoorten raken we de betekenis van het begrip ‘poort’ kwijt. Ook kun je de vraag kunnen stellen waar het bij stadspoorten werkelijk om gaat. Om het landhoofd, om de reconstructie, om artistieke toevoeging? Volgens Steenhuis is de opgave breder en gaat het in eerste plaats om de hele brug, om de verbinding over het water heen, om de verbinding van twee verschillende zielen. Kern van het project is niet de keuze voor herstel, sloop, oud, modern of middeleeuws, maar de symbolische verbintenis van de twee delen aan weerszijden van het water.
Wat het debat nog onbeantwoord laat – zo merkt Jaap Modder op – is de vraag wie nu wat gaat doen, met welke opdracht precies, en wanneer dat gaat gebeuren. “Het proces is wel heel erg vrolijk, in de zin dat het nogal vaag is”. Wat betreft de inhoud memoreert Modder het recente bezoek van de rijksadviseurs aan Nijmegen, waarbij werd gesteld dat Nijmegen op een wel erg geforceerde manier probeert die noord- en zuidkant van de Waal met elkaar te verbinden. Bij stadspoorten ligt de eigenlijke opgave erin om het zuidelijk landhoofd een plek te geven in de zuidoever, en het noordelijke landhoofd in de noordoever. “Ga nou niet ingewikkeld zitten doen over hoe je noord en zuid met elkaar verbindt. Je moet veel meer de plek kenmerken op de oost-west assen.” Een derde punt dat de discussie heeft opgeleverd is de vraag of je nu al moet vaststellen dat het noordelijk landhoofd een vrije oefening wordt. Wellicht moet de geschiedenis toch een grotere rol spelen in het programma van eisen, zodat je die mee kunt nemen in de vormgeving van de plek.
In zijn slotcommentaar gaat oud-wethouder Jacques Thielen eerst in op de legitimatie van het project. Wat is nu precies de vraag waarop stadspoorten een antwoord wil geven? Dat is Thielen volstrekt onduidelijk. Maar het project is opgepakt, waarbij vervolgens wel een geldige legitimatie is gevonden door het te koppelen aan het door het college geïnitieerde project ‘het geheugen van de stad’. Zeker in een jaar dat je het 2000-jarig bestaan van de stad viert is het heel goed dat je het geheugen tot thema maakt.

Verder had het Thielen aangenaam verrast dat kinderen betrokken werden bij iets dat heel belangrijk kan zijn. “Dat je dat vervolgens doorleidt naar een professionele instelling als de TU Delft en daar ook nog eens een keer Jo Coenen bijhaalt is ook geweldig. Maar door de merkwaardig wending in het proces is de belofte die aan de kinderen is gedaan niet ingelost, en daar zou je iets op moeten vinden. Wat betreft de inhoud van het project moet je er bewust van blijven dat Nijmegen uit verschillende delen bestaat. Het zuidelijk landhoofd is de plek waar de stad begint, het stenige, het robuuste, en dat moet ook zo zijn. Dan mag je terugbouwen zoals het ooit was, want we hebben al zo weinig van die elementen van vroeger. Historiseer dat, want daar is nu veel animo voor, en als het echt maar 8 ton kost dan snap ik niet dat het vanavond niet al verkocht is.” Laat verder zien hoe landschappelijk de overkant is, stelt Thielen. “Beschouw die niet als een nieuw stuk, als een tabula rasa, maar als een plek die een eigen identiteit had, heeft en moet behouden. Aan die kant heb je dus ook een fantastisch landhoofd, dat een andere functie heeft gehad, en kan dus heel mooi meeliften in de historiserende aanpak. De plek leent zich voor een oase van rust en natuur en voor kleinschalige recreatie, dus maak daar iets gezelligs. Er ligt een horecavergunning klaar voor de eerste die zich meldt om daar iets moois te beginnen.”


  1. Geen reacties

Schrijf een reactie





abonneer op deze feed itunes.gif

Agenda


    • No events.
Helaas, de agenda doet het even niet. Zie de algemene agenda van LUX voor de debatten die LUX organiseert, waaronder ook de Ruimte!-programma's.

E-mailnieuwsbrief



Vul uw e-mailadres in voor een abonnement op de maandelijkse Ruimte!-nieuwsbrief.