Datum: dinsdag 25 april
Verslag: Cindy Cloïn

Tussen de vinexwijken van Arnhem-Zuid en Nijmegen-Noord ontstaat de komende jaren een nieuw park dat als voorlopige naam Park Over-Betuwe heeft meegekregen. Het landschapspark van 1250 hectare wordt een groene oase in een gebied met woonwijken, bedrijventerreinen en infrastructuur. Deze belangrijke ruimtelijke ontwikkeling in de regio was aanleiding voor een dubbelprogramma in Lux.

Deel 1: Park Over-Betuwe – de toekomst van de geschiedenis

De groene ruimte tussen Arnhem en Nijmegen is vandaag de dag vooral een doorgangsroute. Er lopen grote verkeersaders, zoals de A325, A15 en de Betuweroute en aan de randen van het gebied wordt veel gebouwd. Weinig mensen zien het als een plek waar ze graag vertoeven. Eén van de mogelijkheden om het gebied aantrekkelijker te maken, is de cultuurhistorie een (zichtbare) plek te geven. Vier bureaus lieten in Lux zien hoe de cultuurhistorie terug kan komen in de ontwikkeling van Park Over-Betuwe.

Bureau Venhuizen kreeg in het kader van Belvedere van het Stimuleringsfonds voor architectuur de opdracht te onderzoeken in hoeverre de rijke cultuurhistorie een plek zou moeten krijgen in de ruimtelijke ontwikkeling van Park Over-Betuwe. Venhuizen heeft de opdracht voor het onderzoek geformuleerd en vier ontwerp bureaus benaderd voor de uitwerking daarvan. Dit heeft uiteindelijk geleid tot vier verschillende deelontwerpen, elk gekoppeld aan een verschillend schaalniveau. “Het eerste ontwerp is het meest abstract”, vertelt Venhuizen. “De opdracht was om het park en Europa te verbinden, op welke manier dan ook. Dat is een lastige opgave. De tweede opdracht ging over het toeristisch gebruik van de Lingeroute, de derde was een masterplanopgave gericht op het deelgebied De Park en de laatste ging specifieker in op een buurtschap, namelijk Bredelaar.”
In totaal is er zo’n twee jaar aan de opdracht gewerkt. Het is geen autonoom kunstwerk geworden, vindt Venhuizen. De studie liep parallel met de actualisatie van het masterplan en op die manier zijn er direct effecten terug te zien. Bij het proces zijn steeds mensen betrokken die een rol spelen bij de verdere uitvoering. “Welke rol deze ontwerpen vervolgens gaan spelen bij de ontwikkeling van Park Over-Betuwe, dat is niet aan mij. We zullen het zien”, zegt Venhuizen.

1:1 Stadslandschappen: Homo Limes
Presentatie door René van der Velde

“Park Over-Betuwe maakt deel uit van het Europese Limes-landschap langs de Rijn en de Donau. In het jaar 200 zaten de Rijn en de Donau nog aan elkaar. De rivier was een belangrijke militaire grens, maar ook een communicatielijn, een vervoersmiddel en het was een natuurlijke grens tussen de noordelingen en de zuiderlingen. Door het wonen aan de rivier is een volk ontstaan dat over de eigen grenzen heen kijkt, dat veel gebruik maakt van communicatie en handel. De Limes-mens is zo eigenlijk de eerste echte Europeaan geweest, de motor van veel activiteit in de regio.
Om te komen tot een ontwerp hebben we gekeken naar de geomorfologie en de archeologische vindplaatsen in het gebied. De moderne Limes is vooral een agrarisch landschap met diverse natuurwaarden. Het is een groen gebied, dat tegelijkertijd sterk is verstedelijkt, met veel ontsluitingswegen en wateren. Voor een goed ontwerp zou je eigenlijk niet alleen moeten kijken naar het park, maar naar het hele rivierenlandschap. Het Park Over-Betuwe maakt onderdeel uit van een groter gebied, een groter systeem in Europa.
De oude geulen die in het park liggen kun je gebruiken in het ontwerp. Daarnaast speelt de landbouw een belangrijke rol, het zijn een soort lusthoven in het landschap. De archeologische vindplaatsen worden wat ons betreft tuinen in de breedste zin van het woord. Op die manier kan in het park een keten van activiteiten plaatsvinden.”

Jurylid en landschapsarchitect Eric Luiten vindt het moeilijk om de retoriek van het plan te volgen. “Het is lastig om een verbinding te leggen tussen Europa en dit specifieke gebied. Het is meer een ontwerpidee dan een ontwerpplan. Maar het idee van de tuinen vind ik prachtig, bijna poëtisch.” “Het is een interessant verhaal. Wat doe je met het grotere geheel, wat doe je met de wateropgave? Dat zijn vragen die meegenomen moeten worden in het masterplan”, vindt jurylid Berdie Olthof van H+N+S Landschapsarchitecten.

Scape i.s.m Urban Affairs: Park aan de Linge
Presentatie door Florian Boer

“Door het Park Over-Betuwe stroomt de Linge. Het was onze opdracht om na te denken over hoe je de Linge kunt combineren met de cultuurhistorie en welke rol dit zou kunnen spelen bij het ontstaan van een landschapspark. Dat laatste is lastig, want het landschap is op dit moment een rommeltje. Het is een stedelijk gebied met verschillende pretentieloze functies zoals kassenbouw. Er is veel diversiteit, maar dat is niet perse kwaliteit.
In het westen van het land is de Linge echt een rivier die functioneert als infrastructuur voor bedrijvigheid en handel. Hier in het oosten is de Linge meer een ingenieuze waterhuishoudkundige structuur waar met name akkerbouw en fruitteelt van profiteerden. Die functionele betekenis neemt echter af.
Het gebied rondom de Linge is rijk aan (onzichtbare) geschiedenis die kan worden opgeladen voor nieuw, bijvoorbeeld recreatief gebruik. Je kunt de Linge zien als een ketting waar een verzameling amuletten langs ligt. Definieer het park vanuit een hartlijn: de Linge, van kasteel Doornenburg tot en met de ruïne van kasteel Hemmen.
Verspreid over het gebied kun je kleine ingrepen doen. In het ontwerp leidt dat tot drie parklagen: een delta van waterbergingen, een reeks lusthoven met archeologische vindplaatsen aan de Linge en een netwerk van monumenten en overgangsmomenten rondom de Linge. Deze drie parklagen vormen samen een reeks tuinen, attracties, monumenten en spectaculaire punten die met elkaar verbonden worden door een fietsroute. Leg geen brug aan over de Linge, maar spuit het water als een fontein over de weg heen. Dat zou een soort icoon kunnen worden voor het gebied.
Je hoeft geen blauwdruk te maken voor het totale park, maar eerder een netwerkplan. Op die manier kun je met elk onderdeel van het park morgen beginnen, je hoeft niet alles in één keer te doen. Het water van de Linge zelf laten we met rust. Je hebt in het noorden en zuiden prachtige rivieren die je kunt gebruiken.”

Olthof: “In ons masterplan is de Linge drager van het park. Maar wij zien hem wel graag breder, zodat de Linge recreatief ook een rol gaat spelen. Verder hoor ik hier goede plannen voor het park.” “Elk gebied kent vele geschiedenissen en als ontwerper kun je daar door in de war worden gebracht”, zegt Luiten. “Maar in dit ontwerp krijgt elk historisch hoofdstuk uit de biografie van het gebied haar eigen ruimtelijk domein.”

Karres en Brands Landschapsarchitecten: De nieuwe plantage
Presentatie door Sylvia Karres

“Toen wij begonnen lag er een masterplan dat naar ons idee te beklemmend was. Dat terwijl een park van deze omvang bijna niet meer te ontwerpen valt. Het gaat eigenlijk meer om het regisseren van het proces dan om het precieze ontwerp. Het gebied is rijk aan verhalen, van de Romeinen, van de ontginning, de Tweede Wereldoorlog, de infrastructuur. Maar je moet er goed naar kijken om het te kunnen ervaren. In het ontwerp wilden we iets laten zien van de veelkleurigheid en het plezier van dit gebied. Er moet van alles mogen en kunnen, we willen niet te veel vastleggen wat er moet. Het begrip wat in ons ontwerp centraal staat is ‘(speel)tuin’, gekoppeld aan een rijkdom aan voorzieningen. De cultuurhistorie zou hierbij als een soort mascotte kunnen fungeren voor het park, omdat het iets is wat mensen bindt.
We hebben ons in het bijzonder gericht op het buurtschap Bredelaar. Als eerste moet hier een oplossing komen voor het verkeer, het is er nu veel te druk. Wil je een park met meer functies dan kan dat niet rechtstreeks in dit landschap. Daarvoor moet eerst het absorptievermogen van het landschap worden vergroot. Dat kan bijvoorbeeld door op bepaalde plekken beplanting aan te brengen, zoals bossen en boomgaarden. In het mozaïeklandschap dat zo ontstaat, kun je cultuurhistorische locaties als bijzondere plekken zichtbaar maken. Het gaat om het cultiveren van de mythe en er zijn veel manieren om dat te doen. Je moet faciliteren wat de mensen willen doen in het gebied, zelfs als dat om wonen gaat. Het park moet een speeltuin voor de stad zijn. Je moet zorgvuldig nadenken over het raamwerk, maar tegelijkertijd is het belangrijk om gewoon te beginnen met het park.”

Olthof: “De Bredelaar vind ik het lastigste ontwerp van de vier. Het is een agrarisch landschap dat het zwaar voor de kiezen heeft gekregen met de aanleg van de Betuweroute. Hier redt je het niet met gangbare oplossingen, alle registers moeten opengetrokken worden.” Luiten heeft minder vertrouwen in het feit dat mensen het zelf wel op zullen pakken als je ze de ruimte geeft. “Het is wel goed om alledaagse manieren te gebruiken om mensen iets te vertellen over de geschiedenis. Zoiets werkt beter dan overal monumenten te plaatsen.”

Juurlink en Geluk: Recreatiepark Over-Betuwe
Presentatie door Cor Geluk

“De ambitie voor het totale park is fors: het moet hét recreatiepark worden van de 21e eeuw. Wij hebben ons gericht op het noordwesten van Park Over-Betuwe en hebben vooral gekeken naar hoe de structuur van wegen en verkavelingen inspiratie zou kunnen bieden voor de inrichting van het park. Wat opvalt: het landschap is supergeordend, alles staat op een rij. Hoe kun je in zo’n gebied een park creëren? Het gebied moet uitdagen tot nieuw gebruik en dat is lastig in deze structuur. We zijn op zoek gegaan naar een diepere laag in het landschap die het gebied wat ‘wilder’ maakt. Als je kijkt naar de vroegere stroomruggen en komgronden wordt het landschap totaal anders. Je zou je voor kunnen stellen dat de voormalige stroomruggen gebieden worden waar allerlei activiteiten plaatsvinden, terwijl je in de komgronden juist gebieden krijgt die rust uitstralen. Het is duidelijk nog geen ontwerp, maar een idee. We gaan in Nederland overal geordend met ons landschap om, het lijkt me interessant om dit te veranderen. En het komt letterlijk uit de grond, uit het gebied zelf.”

“Dit is een politiek incorrect plan wat iets mysterieus oplevert”, zegt Rita Brons. “Dat is verrassend.” Olthof: “Het is een meer theoretische oefening dan iets concreets voor Park Over-Betuwe. Het is bijzonder dat de geomorfologische laag wordt gekoppeld aan een soort programmatische ordening.” Luiten: “Concreet kunnen we niets met dit idee, want dit past niet in het masterplan en wat al is uitgezet.”

Samenvattend kan worden gezegd dat de procesbenadering die de ontwerpers van de middag aan de dag leggen een andere is dan bij veel andere projecten: de verschillende bureaus willen liefst morgen beginnen met de aanleg van Park Over-Betuwe en vragen om veel flexibiliteit en om een plek voor cultuurhistorie in de ontwerpen voor het gebied.
“Geschiedenis is hip, maar het moet geen hoofdrol gaan spelen. Dan wordt het namelijk ongeloofwaardig. We willen niet overal standbeelden van Trajanus. Dat beviel me erg in de eerste drie ontwerpen. Ze zijn geïnspireerd op het verleden, maar de geschiedenis is niet overheersend aanwezig.” Olthof: “Als je de verschillende plannen ziet, vallen er wel lijnen te trekken. Ze versterken elkaar. Als ontwerpers met elkaar kun je ervoor zorgen dat dit ook uitgevoerd kan worden.”


  1. 1 Mogelijk IBA voor Park Over-betuwe at Ruimte in LUX


Schrijf een reactie





abonneer op deze feed itunes.gif

Agenda


    • No events.
Helaas, de agenda doet het even niet. Zie de algemene agenda van LUX voor de debatten die LUX organiseert, waaronder ook de Ruimte!-programma's.

E-mailnieuwsbrief



Vul uw e-mailadres in voor een abonnement op de maandelijkse Ruimte!-nieuwsbrief.