Lokatie: De Klif, Oosterhout
Sprekers: Marc van Nijnatten (voorzitter Wijkraad Woonpark Oosterhout), Jan Rikken (voorzitter Dorpsraad Lent), Chantal Teunissen (gemeenteraadslid voor Stadspartij Nijmegen), Jaap Lamers (gemeenteraadslid voor het CDA), Hans van Hooft jr. (gemeenteraadslid voor de SP), Jaap van den Heuvel (voorzitter Raad van Bestuur, CWZ), Elrie Bakker (regiomanager Kamer van Koophandel Gelderland), Paul Depla (wethouder Ruimte, Wonen en Sport), Ton Hirdes (wethouder Verkeer, Milieu, Cultuur), Barrie Needham (hoogleraar Planologie, RU)
Gespreksleiders: Rob Jaspers en Eric Reijnen, De Gelderlander
Verslag: Jaap Stronks

Ten noorden van de Waal verrijst een nieuwe Nijmeegse wijk. Dat het voorheen dorpse karakter van het gebied zal veranderen, staat vast. In welke richting precies is minder zeker. Hoe Nijmeegs wordt de Waalsprong?

Liefst elfduizend woningen worden de komende jaren gebouwd in de Waalsprong, het gebied tussen Lent en Oosterhout. De vermeende psychologische barrière die wordt opgeworpen door de tussenliggende rivier, nog eens versterkt door de naar verluidt gebrekkige doorstroming van het autoverkeer tussen beide gebieden, roept de vraag op welke relatie de Waalsprong zal onderhouden met de rest van Nijmegen. Wordt het “gewoon” een wijk van Nijmegen, of verschilt het gebied daardoor te zeer van Nijmegen? Of moet die identiteit juist nog worden ontwikkeld? Genoeg gespreksstof voor een debat tussen een heel scala aan betrokkenen in De Klif.

Als eerste komen de huidige bewoners aan het woord. Marc van Nijnatten heeft vroeger al in Nijmeegse buitenwijken als Grootstal gewoond – hemelsbreed even ver verwijderd van het stadscentrum als zijn huidige woning in Oosterhout – en hij noemt het “opvallend” dat hem nu pas voor het eerst wordt gevraagd “hoe Nijmeegs” zijn wijk nu eigenlijk is – alsof voor stadsdelen ten zuiden van de Waal een typisch Nijmeegs karakter veel eerder vanzelfsprekend zou zijn. Uitgaan en winkelen doet hij nog altijd in Nijmegen; ook speelt een belangrijk deel van zijn sociale leven zich af aan de andere kant van de rivier. Maar wonen in de Waalsprong noemt hij “toch anders”, om heel praktische redenen: omdat per auto naar het centrum rijden “niet te doen” is, richt hij zich toch meer op omliggende plaatsen als Elst en Bemmel. Al wordt dat wel minder, nu er steeds meer minimale voorzieningen in zijn onmiddellijke woonomgeving beschikbaar komen.
Dan Jan Rikken, Lentenaar vanaf geboorte. Rikken woonde vroeger aan de westkant van de snelweg, tegenwoordig aan de oostzijde. Tot voor kort was hij alleen maar lovend over zijn woonomgeving: voor de publieke voorzieningen kon hij naar Nijmegen, de andere kant op was volop natuur. Sinds de uitbreidingsplannen van de Keizerstad is hij echter bang om behalve de voordelen ook de nadelen van de stad te zullen moeten ondervinden. Hij verwacht dat de sociale infrastructuur sterk zal wijzigen, en is bang dat Lent verwordt tot een forensengemeenschap waar het overdag is uitgestorven. Minder pessimistisch is hij over de banden met de nieuwe Lentenaren; hij ziet voor het verenigingsleven genoeg kansen om sociale banden tussen oude en nieuwe inwoners op te bouwen. Problematischer vindt hij de “psychologische grens” met de rest van Nijmegen.

Die psychologische grens, fysiek gemarkeerd door de Waal, die de jongste nieuwbouwzone scheidt van de rest van Nijmegen, wordt ook ervaren door de overige aanwezigen. Rikken pleit voor een publieke voorziening die “een aantrekkingskracht uitoefent op heel Nijmegen”. Van Nijnatten denkt dat een voorziening zoals een zwembad de levendigheid van het gebied kan vergroten, maar vindt het niet nodig dat alle Nijmegenaren naar de Waalsprong worden getrokken. Belangrijker vindt hij het dat het gebied “een aantal karakteristieke eigenschappen moet hebben”.
Daarover zijn ook Chantal Teunissen en Jaap Lamers het eens. De vraag komt ter sprake op welke wijze de nieuwe wijk een eigen identiteit kan krijgen. Lamers pleit voor de vestiging van scholen en het stimuleren van het verenigingsleven; de komst van een atletiekbaan zou hij bijvoorbeeld met enthousiasme hebben begroet. Gespreksleider Rob Jaspers vraagt of het inderdaad de publieke voorzieningen zijn die de identiteit van een gebied bepalen, waarop Rikken antwoordt dat de identiteit meer wordt beïnvloed door minder tastbare zaken zoals de sfeer, en: “of je je er thuis voelt”. Daarop mengt vanuit het publiek zijn collega uit de Lentse dorpsraad Frans Mikx zich in de discussie. Hij stelt dat het noodzakelijk is om de niet-materiële belangrijke eigenschappen van het huidige gebied te benoemen en te behouden, dat in de gemeentelijke plannen een plaats moet komen voor de identiteit van het gebied. “Het gaat erom wat we zelf belangrijk vinden, wat wij prettig vinden wonen. Als dat gezellige kleinschaligheid is, dan moet de gemeente daar ruimte aan geven.” Hij is fel gekant tegen de geplande ruimtelijke ordening, die onder meer het landschappelijke aanzicht volgens hem ernstig aantast, waarbij onvoldoende rekening wordt gehouden met de wensen van de bewoners.
Hans van Hooft jr. zegt dat er bijvoorbeeld in de plannen voor zijn woonplaats Oosterhout amper rekening is gehouden met basale voorzieningen zoals speelplaatsen voor kinderen, maar hij denkt dat daar inmiddels meer aandacht voor is. Wat het bewaren van mooie plekken betreft, stelt hij dat je niet alles kunt conserveren, omdat er nu eenmaal veel woningen gebouwd moeten worden. Teunissen stelt daar tegenover dat nieuwbouw ook de oorspronkelijke landschappelijke kracht zou kunnen versterken, terwijl de bouw van de Citadel het oorspronkelijke landschap volgens haar juist “verkracht”. Dat is volgens Van Hooft jr. een kwestie van smaak. De een woont liever in het groen, terwijl de ander zich bij voorkeur omringd ziet met een scala aan stedelijke voorzieningen. Hij vindt het wel belangrijk om te kijken naar de demografische ontwikkelingen. Een “jonge” wijk kan op den duur veranderen in een “grijze”, waarschuwt hij. “Als je een wijk wil met restaurantjes en andere leuke voorzieningen waar het prettig is om in te wonen, moet je ervoor zorgen dat bijvoorbeeld jongeren niet uit de wijk wegtrekken.”
De ronde wordt afgesloten met enkele overpeinzingen van Barry Needham. Hij stelt dat de machtsbalans in het gebied zal veranderen. “Hoe pijnlijk het ook is voor de oude bewoners: de nieuwkomers zullen de identiteit van dit gebied gaan creëren.” Deze “pioniers” moeten daarvoor ook de ruimte krijgen, vindt hij. Die identiteit ontstaat weliswaar “vanzelf”, maar de gemeente moet wel de mogelijkheden daarvoor faciliteren, door te zorgen voor ontmoetingsruimten.

De verwachte groei van het aantal inwoners van de Waalsprong leidt nu al tot plannen voor diverse publieke voorzieningen. Zo vertelt Jaap van den Heuvel over de plannen die het Canisius Wilhelmina Ziekenhuis heeft voor een vestiging in de Waalsprong. De verwachte snelle stijging van het aantal bewoners van de regio maakt het “een aantrekkelijk zorggebied”, waar Van den Heuvel naar eigen zeggen graag de noodzakelijke zorg zou willen leveren. Niet uitsluitend vanuit markttechnische overwegingen; vanwege de gebrekkige doorstroming tussen de Waalsprong en de rest van Nijmegen zou een vestiging van het ziekenhuis in noordelijk Nijmegen volgens hem überhaupt geen overbodige luxe zijn. Momenteel verkeren de plannen al in een dermate concreet stadium dat er actief wordt gezocht naar een geschikt pand om te huren.
Er zullen meer instellingen en bedrijven zijn die de snelle bevolkingsaanwas zien als een kans om zich te vestigen in de Waalsprong. Bijvoorbeeld in de Citadel, het nieuwe winkel- en voorzieningencentrum van De Waalsprong. Elrie Bakker legt uit dat het op instigatie van de Kamer van Koophandel opgerichte overlegplatform voor ondernemers en particulieren zich deels ten doel stelt de mogelijkheden voor nieuwe bedrijvigheid optimaal te benutten, maar daarnaast ervoor probeert te zorgen dat bestaande ondernemers in bijvoorbeeld de huidige dorpskern van Lent niet de dupe worden van deze concurrentie, en ook de kans krijgen zich te vestigen in de Citadel.
Daarnaast heeft het platform zich sterk gemaakt voor een betere bereikbaarheid. Ze legt uit dat er geen sprake is van een keuze vóór de momenteel beoogde locatie voor de Citadel; wel benadrukt ze dat de winkels en aanverwante voorzieningen moeten worden gecentreerd, omdat die anders niet levensvatbaar zijn. Ze wijst erop dat iedereen wel winkels, supermarkten en cafeetjes op loopafstand zou willen hebben, maar dat mensen als puntje bij paaltje komt uiteindelijk zelf deze voorzieningen voorbij rijden om bijvoorbeeld in een grote supermarkt verderop iets goedkoper te kunnen winkelen.
Wethouder Paul Depla komt vervolgens aan het woord en toont zich enthousiast over de ontwikkelingen. Volgens hem is “de kracht van de Waalsprong zich elke dag aan het bewijzen”, bijvoorbeeld doordat de animo om er te gaan wonen behoorlijk groot is. Er komen twaalfduizend mensen bij, waardoor het gebied “onherkenbaar zal veranderen”. Wel wordt aandacht besteed aan het preserveren van cultuurhistorische kenmerken, zoals de oude landwegen die in de nieuwe plannen worden ingepast. Daar was in de oorspronkelijke plannen geen aandacht voor, wat volgens Depla maar weer bewijst dat het overleg met het bewonersplatform zeer vruchtbaar is geweest. Dat is volgens Bakker echter een iets te rooskleurig beeld van de onderlinge verhoudingen; veel goede adviezen van particulieren en ondernemers zijn volgens haar niet overgenomen.

Een bekend probleem is, zoals eerder door Bakker al genoemd, de vermeende slechte bereikbaarheid van het gebied en de gebrekkige bereikbaarheid van Nijmegen vanaf de Waalsprong. “Je bent gek als je probeert om op koopavond in Nijmegen boodschappen te doen,” poneert gespreksleider Rob Jaspers. Daarom moet de tweede stadsbrug er ook komen, reageert Ton Hirdes. Maar het duurt nog wel een aantal jaren voordat die brug is gerealiseerd, wat betekent dat het nu eenmaal nog wel even zal duren voordat de problemen kunnen zijn opgelost. Tussentijdse maatregelen kunnen worden getroffen om een betere doorstroming op de singels te bewerkstelligen en te zorgen dat men eenvoudiger de stad in kan komen. Hij wijst bovendien op de goede openbaarvervoerverbindingen sinds de ingebruikname van het treinstation Nijmegen-Lent.
Anderen zijn minder enthousiast. Vanuit het publiek klinkt de klacht dat er sinds kort geen bus van Oosterhout naar Nijmegen meer rijdt. En de bewering dat de tweede stadsbrug alle vervoersproblematiek zal oplossen wordt sterk in twijfel getrokken door Bakker. “Uit elk onderzoek en elke notitie blijkt telkens dat de doorstroomproblemen hierdoor niet worden opgelost. We hebben weliswaar straks twee stadsbruggen, maar slechts één route om daarop te komen.” Als de gemeente wil dat Waalsprong-bewoners gemakkelijker de Waal kunnen oversteken, moet er volgens haar een betere oplossing komen. “De slechte bereikbaarheid is de grootste bedreiging voor de Waalsprong, en een wezenlijk probleem voor de ontwikkeling van het gebied.”

Depla wil wel graag opmerken dat de nieuwe bewoners “geen nieuw ras vertegenwoordigen”, maar veelal daarvoor al in Nijmegen hebben gewoond, en daarom reeds een sterke binding met de stad zullen hebben – en zullen behouden. “Je moet geen tegenstelling creëren die er niet is,” vindt hij. Hirdes verwacht dat het gros van de nieuwe Noord-Nijmegenaren zich Nijmegenaar zal voelen, en de Waalsprong zullen beschouwen als onderdeel van de gemeente Nijmegen. Depla benadrukt dat het gebied ook overdag levendig moet zijn, doordat werkgelegenheid en recreatiemogelijkheden ook in de wijk zelf aanwezig zijn. “Zo maak je er een woon- en een leefwijk van,” verwoordt hij het. Zo zou het volgens hem geen slecht idee zijn om een bestaande zaalvoetbalclub voortaan in Oosterhout te laten trainen en spelen.

Het slotwoord is aan Barry Needham. Hij trekt een vergelijking met Dukenburg en Lindenholt, locaties waar eveneens in betrekkelijk korte tijd een groot aantal woningen is gebouwd. Hij noemt het “bijzonder interessant” om te zien hoe vaak plannen worden gewijzigd. Het allereerste plan voor Dukenburg voorzag in de bouw van liefst tien kerken. Uiteindelijk is daar maar eentje daadwerkelijk gebouwd, wat volgens hem ondubbelzinnig aantoont in welke mate plannen worden beïnvloed door nieuwe inzichten en maatschappelijke veranderingen. Stappen worden steeds gewijzigd, en juist dáárom hebben discussies zoals deze vanavond zin, zegt hij. Projectontwikkelaars en woningbouworganisaties hebben het in principe voor het zeggen, maar locale overheden en bewoners kunnen wel degelijk druk uitoefenen. Sterker nog, in veel gevallen zie je dat voortdurende sturing heel erg nodig is. Die invloed van bewoners kan echter alleen plaatsvinden als die zich voldoende betrokken voelen. Maar die is volgens Needham in het geval van De Waalsprong “gelukkig overduidelijk aanwezig”.

In samenwerking met De Gelderlander en de gemeente Nijmegen


  1. Geen reacties

Schrijf een reactie





abonneer op deze feed itunes.gif

Agenda


    • No events.
Helaas, de agenda doet het even niet. Zie de algemene agenda van LUX voor de debatten die LUX organiseert, waaronder ook de Ruimte!-programma's.

E-mailnieuwsbrief



Vul uw e-mailadres in voor een abonnement op de maandelijkse Ruimte!-nieuwsbrief.