De dijkteruglegging bij Lent

Er is al veel gediscussieerd over de dijkteruglegging bij Lent, die de Waal bij de Nijmeegse flessenhals meer ruimte moet geven. Er is nu een besluit genomen, waarna kan worden nagedacht over de ruimtelijke consequenties van de teruglegging. Op 4 december dachten deskundigen en betrokkenen in LUX na over de invulling van bijvoorbeeld het eiland dat na de teruglegging zal ontstaan. De ideeën werden door een aantal sprekers ‘gerecenseerd’ en besproken met de zaal, waarvan ongeveer de helft bestond uit inwoners van Lent, of ‘Nijmegen-Noord’, zoals dat nu ook wel wordt genoemd.

De dijkteruglegging bij Lent
Wat zijn de kansen voor Nijmegen?
Datum: 4 december 2007
Locatie: LUX, zaal 7, Nijmegen
In samenwerking met: Gemeente Nijmegen

Sprekers
Paul Depla (wethouder ruimtelijke ordening, RO, Nijmegen)
Mathieu Schouten (stedenbouwkundige gemeente Nijmegen)
Rob Jaspers (redacteur stadsredactie de Gelderlander)
Rik Herngreen (adviseur ruimtelijke kwaliteit, Het Oversticht)
Mariet Schoenmakers (directeur ontwikkelingsplanologie en gebiedsontwikkeling bij AM Wonen)
Hans Venhuizen (beeldend kunstenaar, Bureau Venhuizen)

Gespreksleider
Piet-Hein Peeters, coördinator afdeling Debat LUX

Verslag
Gerard Zeegers

Île de la cité
Wethouder Ruimtelijke Ordening (RO) Paul Depla begint de avond met een uiteenzetting van de voorgeschiedenis en een schets van de nieuwe situatie. Hij vertelt hoe hij acht jaar geleden de portefeuille RO overnam van wethouder Jacques Thielen. “Wonen is een eitje, het is vooral lintjes doorknippen”, zo verzekerde Thielen destijds de kersverse wethouder. Niets bleek minder waar, want na twee weken kwam de staatssecretaris al met ingrijpende maatregelen om de ‘flessenhalsproblematiek’ bij Lent op te lossen. De oorspronkelijke plannen van de Waalsprong konden in de ijskast en de ambities moesten worden bijgesteld.
Het kabinet heeft een aantal waterstaatkundige en ruimtelijke doelstellingen geformuleerd voor de dijkteruglegging, die de gemeente vervolgens inpaste in haar plannen. Volgens Depla is de visie van de gemeente “als het moet, dan goed!”. De gemeente moet de teruglegging en de situatie die dan zal ontstaan met een ‘Île de la cité’ tussen de Waalkade en de Lentse oever, inpassen in de bestaande plannen voor de Citadel (voorzieningencentrum Waalsprong aan de overkant van de Waal) en Koers West (herontwikkeling havengebied). Depla formuleert doelstellingen: “We willen graag de identiteit van Nijmegen en Lent behouden en ervoor zorgen dat de Waalsprong meer bij de stad en de rivier betrokken wordt. Ook de nieuw te bouwen stadsbrug en de Oosterhoutse Waarden horen bij het project waarin Nijmegen de Waal omarmt. Het tijdsbestek dat is gepland gaat ervan uit dat er vanaf 2012 kan worden begonnen met de bouw, die in 2016 klaar moet zijn.”
Mathieu Schouten neemt Paul Depla het woord om de plannen voor de nieuwe situatie gedetailleerder te presenteren. Na de dijkteruglegging komt er een geul tussen Lent en het nieuwe eiland waar geen scheepvaart komt. Wat gebeurt er met dat gebied? Komt er een nieuw recreatiegebied met bijvoorbeeld pleziervaart? Wordt het een natuurgebied? In ieder geval wordt het eiland met een paar bruggen naar de Lentse kant ontsloten. Het eiland zelf zal bebouwd zijn, er staan nu nog huizen die zullen blijven staan. Voor het tweede deel van het eiland, aan de andere kant van de spoorbrug zijn nog geen plannen gemaakt. Schouten noemt het idee om het voorlopig onbebouwd te laten en dezelfde soort natuur toe te laten als in de Millingerwaard, waardoor men rustig kan struinen. Misschien wordt het wel een groot nieuw stadspark tussen de Waalkade en de Citadel in, waarvan men zegt dat dat misschien wel het nieuwe centrum tussen de stad en de Waalsprong wordt. In ieder geval is er tot 2016 de tijd om erover na te denken.

Wat vindt het publiek eigenlijk van het eiland Veur-Lent?
Wim Kol bevindt zich in het publiek: “Ik moet aan God denken als ik dit verhaal hoor. Het zou mooi zijn als mensen wat met de natuur doen en het mooier maken.”
Enkele reacties uit het publiek:
-“Het is geen centrum, maar een open gebied. Dat krijg je nooit intiem.”
-“Het is de cultuurhistorie voor de toekomst.”
-“Nu zie je Nijmegen liggen als je over de brug binnenrijdt. Blijft dat in de nieuwe situatie ook zo?”
-“Op deze manier vernietig je de uiterwaarden en het kenmerkende landschap. Je zou eerst moeten kijken wat er is, zo vraag ik me af of er een ruimtelijk kwaliteitsplan is gemaakt.”

Bedoelde stad
Rik Herngreen vindt Nijmegen een ‘strakke stad’. “Alles in Nijmegen is klaar, ontworpen en dichtgeregeld. Het is een bedoelde stad waarin terloopsheid en rommeligheid ontbreekt. Door de grote hoeveelheid functies van het centrum ontstaat daar een programmatische druk. In elke stad heb je niet-ingevulde ruimte nodig; een onbepaalde stedelijkheid. Als ik kijk naar de hier gepresenteerde plannen, spat het dichtregelen er vanaf. Er moet opeens weer van alles, zo wordt er gepraat over een natuurgebied, terwijl dat helemaal niet hoeft.”
Volgens Herngreen is het niet de taak van de overheid om ruimte te vullen, maar juist te scheppen. Als voorbeeld van de overdreven opvulling noemt hij het Fort Lent. “Dat is een bijna vergaan fort dat wordt opgeblazen tot een nieuwe attractie. Dat is geen cultuurhistorie. Je zou rafelige geschiedenis aanwezig moeten laten zijn, zonder dat in te passen in een bedoelde structuur.” Herngreen pleit ervoor om het gebied voorlopig met rust te laten en het te beschermen tegen sterke partijen. Tenslotte ligt het er waarschijnlijk nog honderden jaren en hoeft het niet binnen 20 jaar te worden opgevuld. “Je zou er eigenlijk een hoog ‘nimby-gehalte’ moeten creëren, zodat mensen het zelf beschermen. De hoogste graad van stedelijkheid is juist weinig doen.”
Herngreen oogst voor zijn pleidooi voor minimale interventie veel bijval en een enthousiast applaus. Het publiek vindt ook dat de gemeente teveel invult en herkent in Herngreens analyse het eerste plan voor de ‘Lentse Warande’, dat het uiteindelijk niet heeft gered. Het publiek zet nog wel vraagtekens bij sommige opmerkingen. Een raadslid uit de zaal vindt dat je toch ergens voor moet kiezen en vindt het verhaal van Herngreen ‘vlees noch vis’. Een ander pleit voor een minder diepe geul voor het water: “Het moet tenslotte ook ergens anders in de Betuwe worden opgevangen, dus je hoeft hem helemaal niet zo diep te maken als alleen ruimte maken voor de rivier het doel is”.
Rob Jaspers kent als geroutineerde Gelderlander-redacteur Nijmegen als geen ander. Hij houdt in de vorm van een voorgedragen column een gedreven pleidooi voor meer inbreng van de bevolking. De afgelopen jaren heeft hij veel discussies gevolgd en debatten geleid waar ‘de pijn in Lent voelbaar was’. Volgens Jaspers is de dijkteruglegging een ‘kans om schoonheid te creëren, of de boel grondig te verpesten’. “Over dertig jaar is er een heel ander Nijmegen en heeft de stad een ander gezicht. Hoe doe je dit op een goede manier? Je moet er in ieder geval geen opdracht voor deskundigen van maken, maar voor de hele stad. Als je alleen professionals aan het werk zet, gaat het helemaal mis. Ik roep de gemeente op om in gesprek te gaan met de bevolking en dan met name met jongeren, organiseer rondleidingen, droom over Lent in 2025 en kijk in andere steden. De Waal zit niet in de hoofden van Nijmegenaren, omdat van oudsher alle wegen naar het zuiden leidden. Toch heeft Lent Nijmegen nodig en andersom.”

Oase

Mariet Schoenmakers is directeur concepten bij AM wonen en is betrokken bij een veelheid van projecten. Toch nam ze de moeite om zich voor deze avond te verdiepen in de dijkverlegging. Waarom eigenlijk? “Mijn ouders komen hiervandaan en ik vond het een intrigerend onderwerp. Het is leuk om hierover na te denken.” Net als Jaspers is Schoenmakers van mening dat het organiseren van draagvlak een van de belangrijkste onderdelen van het plannen is. Het ontstaan van het schiereiland Veur-Lent is volgens haar een ‘historische gebeurtenis’. “Er gebeuren zoveel dingen tegelijk, er komen 2 waterfronten, er ontstaat een binnenmeer en er wordt veel geschiedenis gesloopt.”
Ze heeft gezocht naar vergelijkbare stadseilanden en hoe die zijn ontstaan. Zo werd het eiland van Parijs al in 1697 bebouwd, koos Rotterdam voor een eiland, bestaat Venetië bijna uitsluitend uit eilanden en heeft het eiland waarop het nieuwe museum in Groningen staat, gezorgd voor allerlei nieuwe routes in de stad. Ze noemt ook het Sluiseiland bij Gouda als goed voorbeeld van hoe je het zou kunnen aanpakken. Daar werd een prijsvraag uitgeschreven waaraan de hele bevolking kon meedoen. Het plan werd daardoor door iedereen omarmd.
De concepten die Schoenmakers bedacht voor Veur-Lent krijgen de naam ‘Oase’. Om grip op het 25 kilometer lange eiland (‘ideaal voor lange wandelingen’) te krijgen, keek Schoenmakers goed naar de omgeving van Nijmegen voor vergelijkbare onderdelen. Zo is er natuur en recreatie in de Ooijpolder en is Beek een dorp tussen bos en rivier. Een van de mogelijkheden die zij noemt is dat je er ook meerdere eilanden van zou kunnen maken. Het is in ieder geval belangrijk om naar de signatuur van Veur-Lent te kijken. Vervolgens zou je met een aantal techneuten om de tafel kunnen gaan zitten om het eiland te ontwerpen. Ze laat een aantal dia’s zien van projecten die Nederlandse ontwikkelaars in China realiseerden. Op de vraag in hoeverre haar verhaal verschilt van dat van Herngreef antwoordt Schoenmakers dat ze zowel van het terloopse als van intensieve planning houdt. “In de Gelderse Poort hebben ze ook veel ingegrepen, toch is dat een succesvol gebied. Je moet ook niet de lokale economie vergeten. Veel dorpen in de buurt van de Gelderse Poort profiteren nu van toerisme.” Ook het verhaal van Schoenmakers kan op een warm onthaal van het publiek rekenen. “De Oase spreekt me aan, het gebied is te kostbaar om er niets mee te doen.” Jaspers: “Ik geloof niet alles, maar met dit verhaal kan ik verder. Het heeft aandacht voor de historie, de natuur, de ik-beleving; zo krijg je mensen mee.”

Pseudogeschiedenis

Kunstenaar Hans Venhuizen fungeert als uitsmijter van de avond. Hij houdt een hilarische lezing, waarin hij met name de pseudo-historische naamgeving op de hak neemt. “Door drie mininisteries is het ruimte geven aan het water aangegrepen om een mooi plan te maken. Het binnenmeer dat ontstaat na de dijkteruglegging schreeuwt uit: ‘locatie!’. In lijn met de retro-naamgeving die wordt gebruikt om pseudo-geschiedenis te maken (Citadel en Schans) stel ik voor om het meer ‘Het Verdronken land van Lent’ te noemen.”
Venhuizen gaat wat dieper in op het woord ‘citadel’. “Citadel betekent dwangkasteel. Is het de bedoeling dat de bevolking eronder wordt gehouden? Je zou de politie, de gemeente en de Gelderlander daarin kunnen huisvesten. De namen die verwijzen naar historie zijn populair, omdat ze mensen geruststellen. Die hoef je echter niet te verzinnen, ze zijn er allang. ‘Parallelweg’, ‘Oosterhoutse Dijk’, prachtige namen die je niet hoeft te veranderen in ‘Dyck van Gelre’ of iets dergelijks.”
Volgens Venhuizen biedt met name het ‘state of the art’-kwelscherm dat wordt ontworpen tegen het kwelwater ook veel perspectieven voor naamgevers: ‘Kwelschermsedijk’. Om het feest helemaal compleet te maken, denkt Venhuizen aan een waterpretpark bij het meer. “Je zou een spektakel kunnen maken van hoog water en het zo organiseren dat het water telkens voor een kleine overstroming zorgt. Dan zou je flesjes met ‘hoog water’ kunnen verkopen, zoals onlangs een kunstenaar ook al in Arnhem deed. Maar het gaat mij er vooral om dat identiteit geen verzonnen geschiedenis is, maar bestaat uit werkelijke gebeurtenissen.”
Ten slotte wordt Paul Depla gevraagd wat hij als plannenmaker van de avond vond. Depla: “Ik zit in een spagaat. Aan de ene kant wil je verbeelding toelaten en nadenken stimuleren, maar aan de andere kant wil Rijkswaterstaat concrete plannen horen. Als we het zelf mochten zeggen, zouden we langer willen nadenken. Die tijd hebben we niet, dus moeten we snel piketpaaltjes slaan. We eisen nu al de fysieke ruimte op, zodat we die gegarandeerd krijgen. Daar kunnen we later dan een invulling aan geven. Veel mensen denken dat het nu al allemaal is ingevuld als ze deze plaatjes allemaal zien. Dat is helemaal niet het geval, maar we moeten Rijkswaterstaat iets laten zien om de ruimte te claimen; bovendien inspireer je mensen sneller als je beelden laat zien. Het komende jaar zullen we in verder gesprek gaan met de bevolking over de precieze invulling van het gebied.”


  1. 1 Het verdronken land van Lent at Ruimte in LUX


Schrijf een reactie





abonneer op deze feed itunes.gif

Agenda


    • Geen gebeurtenissen
Helaas, de agenda doet het even niet. Zie de algemene agenda van LUX voor de debatten die LUX organiseert, waaronder ook de Ruimte!-programma's.

E-mailnieuwsbrief



Vul uw e-mailadres in voor een abonnement op de maandelijkse Ruimte!-nieuwsbrief.