- Ruimte in LUX - http://www.ruimteinlux.nl -

Hoe verder met de ruimtelijke inrichting van Nederland? Nieuwe ideaalbeelden

Posted By Cindy Cloin On 21st March 2007 @ 17:57 In Verslagen | No Comments

Beligsche Toestanden III, : 28 februari / Verslag: Cindy Cloïn / [1] download als PDF

De twintigste eeuw stond bol van hooggestemde idealen. Het was de eeuw die een stralende toekomst beloofde voor iedereen, met geloof in wetenschap, moderne architectuur en blauwdrukken voor ruimtelijke ordening. Maar de tijd van het modernisme is voorbij en we zijn zoekende als het gaat over de inrichting van Nederland. Onze ruimtelijke idealen lijken te worden bepaald door beelden die vaak niet stroken met de eigentijdse realiteit. In Lux ging Wim Derksen, directeur van het Ruimtelijk Planbureau (RPB), op zoek naar de kracht van deze ideaalbeelden in de ruimtelijke inrichting van Nederland en het ruimtelijke ordeningsbeleid. “Om Nederland weer mooi te maken, hebben we behoefte aan nieuwe beelden.”

De ruimtelijke ordening heeft de afgelopen jaren weinig aandacht gekregen in Den Haag. Maar daar lijkt verandering in te komen. In de media is er plotseling volop aandacht voor de zogenoemde ‘verrommeling’ en ‘lelijkheid’ van het Nederlandse landschap. Van natuurbeschermer tot projectontwikkelaar, iedereen lijkt ervan overtuigd dat er iets moet gebeuren op het gebied van ruimtelijke ordening om Nederland ‘mooi’ te houden.
Wim Derksen doet hier als directeur van het RPB al jaren onderzoek naar. Het RPB adviseert het kabinet, het parlement en lagere overheden over ruimtelijke ontwikkelingen, in de brede zin.
“Ruimtelijke ordening is in de kern een strijd om belangen, maar ook een strijd om beelden”, zegt Derksen. Enerzijds is de ruimtelijke ordening een kwestie van het verdelen van de schaarse ruimte over functies als wonen, recreatie en werken. “Er is echter geen duidelijk afwegingskader, waardoor de macht de uitkomst bepaalt. Het gevolg is een gevoel van richtingloosheid wat de betreft de ruimtelijke inrichting van ons land.”
Anderzijds is ruimtelijke ordening een kwestie van beelden. Angstbeelden en ideaalbeelden bepalen de bril waardoor we Nederland zien. Er hebben zich beelden in ons hoofd genesteld over hoe Nederland er uit moet zien, of juist niet. Op dit moment is volgens Derksen de ruimtelijke sector te zwak om het beeld in de belangenafweging te laten domineren.
Het modernisme is voorbij, we houden vooral vast aan de publieke nostalgie: overal verschijnen knusse ‘ouderwetse’ woningen, en ook de ruimtelijke inrichting van Nederland zoekt veelal aansluiting bij traditie en (cultureel) verleden. Maar dat gaat moeizaam en vaak halfslachtig. “De oude ideaalbeelden staan nieuwe kansen op het gebied van ruimtelijke ordening in de weg”, zegt Derksen. “Ze worden ingehaald door de maatschappelijke ontwikkelingen, zoals de toename van de welvaart en mobiliteit en de verdergaande individualisering. Doordat we toch vast houden aan die oude beelden, hebben ze vaak een averechts effect.”

Ideaalbeelden zijn verouderd
Volgens Derksen zijn er zeven ideaalbeelden te benoemen. Zo kennen we het ideaal van het stadscentrum, waarbij er één centrum is voor alle functies. In de praktijk hebben veel steden meerdere centra die hierdoor te weinig aandacht krijgen. Derksen: “Als je van het idee van een monocentrische stad afstapt, kun je elk centrum een eigen karakter geven.”
Het tweede ideaalbeeld is de heldere scheiding tussen stad en platteland. “Steden doemen al lang niet meer plotseling op in een groen, open landschap, zoals op de schilderijen van Ruysdael. Vasthouden aan het ideaalbeeld heeft een averechts effect: er ontstaan stedenwolken, een aaneenschakeling van bebouwing.” De oplossing is volgens Derksen ontworpen openheid en beslotenheid, met ruimte voor bundeling en parklandschappen.
Een volgend ideaalbeeld is het mengen van bevolkingsgroepen. “Het beleid op dit gebied is niet meer dan symbolisch.”
Het vierde ideaalbeeld, de scheiding van functies, is in de planvorming en de praktijk nog behoorlijk dominant. “Maar de samenleving vraagt juist om functiemenging.”
Het beeld van wegen als toonbeeld van moderniteit, mooi ingepast in het landschap, is al lang verleden tijd. Doordat hier toch aan vast wordt gehouden onstaan volgens Derksen verkeersriolen omzoomd door bedrijventerreinen en winkelcentra. “Het kan anders, door meer diversiteit in het wegennet.”
De laatste twee ideaalbeelden die Derksen benoemt, zijn het open landschap door productie en de natuur als oervorm. “Er is in Nederland al lang geen ‘oernatuur’ meer, onze natuur is al eeuwen gecultiveerd. Het ideaalbeeld dat we hebben, heeft een averechts effect: er worden absurde ingrepen gedaan waardoor een soort Anton Pieck-achtige natuur ontstaat. Het zou beter zijn om de natuur in Nederland te zien als ontwikkelend cultuurlandschap.”
Wim Derksen sluit zijn betoog af met de conclusie dat het modernisme voorbij is en dat er een behoefte is aan nieuwe ideaalbeelden. “We moeten af van het oude planmatige denken. Er is behoefte aan geleidelijke ontwikkelingen, aan meer variatie, aan serendipiteit.”

Vanuit de zaal komt de reactie dat Derksen wel erg gemakkelijk erkent dat Nederland er tegenwoordig anders uitziet, dat de oude ideaalbeelden niet meer werken en dat we dat maar moeten accepteren. “U zegt dat de steden nu eenmaal uitbreiden en dat we die meubelboulevards maar voor lief moeten nemen?”
Derksen merkt op dat hij inderdaad die neiging heeft. “Je moet vooruit blijven kijken, wat er is gaat niet meer weg.” Volgens hem bestaat het gevaar dat Nederland in rap tempo lelijker wordt en nog meer cultuurhistorie zal verliezen. “Als je geen duidelijk kader hebt waartegen je zaken af kunt wegen, dan is verder alles toegestaan. Nu is het zo dat degene met de meeste macht het beeld bepaalt. Ik vind niet dat de overheid weer strak de ruimte moet gaan ordenen, maar je kunt het ook niet overlaten aan de toevallige uitkomst van de strijd tussen verschillende actoren. Als je een kader hebt, dan moet je daar rekening mee houden bij het ruimtelijk beleid. Hoe lelijk de meubelboulevard ook is, misschien kun je hem dan wat mooier maken.”
Het is de taak van de rijksoverheid om beelden te schetsen over hoe Nederland er uit zou moeten zien, vindt Derksen. “Wat is kenmerkend voor ons landschap? De overheid moet hier keuzes in durven maken. Vinden we het water in ons land cruciaal, met de polders, kanalen en uiterwaarden? Dan moet je ook durven zeggen dat we daar dus niet gaan bouwen.”

Discrepantie tussen wensdromen en harde realiteit
Ed Taverne, emeritus hoogleraar Kunst- en Architectuurgeschiedenis bij de Rijksuniversiteit Groningen, vindt het gewaagd van Derksen om te pleiten voor nieuwe ideaalbeelden. Hij relativeert het enthousiasme: “De geschiedenis laat zien dat er altijd een groot verschil is geweest tussen wat er in de dikke nota’s staat en de praktijk van de ruimtelijke ordening. Als de oude concepten niet blijken te werken, waar haalt u dan het lef vandaan om nieuwe concepten te bedenken die vervolgens opnieuw niet zullen werken. Er is een discrepantie tussen wensdromen en de harde realiteit.”
“Ik herken dat spanningsveld”, reageert Derksen. “Maar ik kan niet accepteren dat we zeggen: laat maar zitten. Ik geloof dat we kunnen toewerken naar iets moois. Dat slimme deskundigen een goede invulling aan de ruimte in Nederland kunnen geven. Beelden kunnen daarbij inspireren en sturen.”
Een ander punt van kritiek van Taverne is de vraag wie de nieuwe ideaalbeelden moet maken. “Ik hoor u vaak ‘de overheid’ noemen, maar moeten er juist geen andere partijen aan tafel zitten?”
Als voorbeeld van hoe het zou kunnen, noemt Taverne het overleg rond de invulling van de ruimte bij de Nieuwe Hollandse Waterlinie. “Hier zitten werkelijk allerlei mensen met elkaar aan tafel, van onder meer de provincies, gemeenten, bosbeheer en natuurmonumenten. Het is van belang om erachter te komen wat de agenda’s zijn van de verschillende partijen. Samen wordt er gewerkt aan een beeld van het gebied. Bij een dergelijk concreet project kan beeldvorming goed werken, bij ideaalbeelden heb ik zo mijn twijfels.”
Jaap Modder, voorzitter van de Stadsregio Arnhem Nijmegen, vindt dat de nieuwe beelden niet uit de overheidskoker moeten komen. “Het is eerder een rol van de overheid om anderen de beelden te laten ontwikkelen. Allianties tussen verschillende partijen, daar zie ik wel heil in. Wat is het gebied tussen Nijmegen en Arnhem nu precies voor gebied? Waar willen we naartoe? Zolang dat beeld ontbreekt, kun je geen regionaal plan ontwikkelen.”

Er is een duidelijk verschil tussen generieke beelden en concrete beelden. Zo is de concentratie van verstedelijking een generiek beeld, wat diep in ons brein is geworteld. Een generiek beeld is dan ook meer dan een aaneenschakeling van goede projecten, gebaseerd op concrete beelden.
Vanuit de zaal komt de vraag aan Derksen wat voor nieuwe generieke beelden hij voor de toekomst zou kunnen bedenken. “Ik denk dat we moeten stoppen met het steeds verder uitleggen van het stedelijk tapijt, zoals in de Vinexwijken is gebeurd. Ik denk dat we bijvoorbeeld moeten denken aan nieuwe dorpen en dichtere bebouwing.”
Tenslotte wil Taverne nog opmerken dat als er nieuwe beelden worden gemaakt er over nagedacht moet worden waar deze aan worden gerelateerd. “Op dit moment zijn de ideaalbeelden erg geografisch gericht. Maar je zou ook kunnen kiezen voor een meer maatschappelijke of economische invalshoek. Je zou bijvoorbeeld kunnen denken aan duurzaamheid en recycling als thema. Het huidige beeld is dat we alles vernieuwen. Wat niet meer voldoet, gooien we plat. Maar misschien kun je het wel heel goed hergebruiken.”
Derksen vindt het een mooi punt en erkent dat in de huidige beeldvorming veel aandacht uitgaat naar vernieuwing en steeds alles anders maken. Hij belooft het thema mee te nemen in zijn verdere analyse die binnenkort zal resulteren in een RPB-notitie over de oude en nieuwe ideaalbeelden in de ruimtelijke ordening.
Aan het einde van de avond was iedereen het er over eens dat de oude ideaalbeelden het beste de ijskast in kunnen. Maar of en hoe de nieuwe beelden een rol kunnen gaan spelen bij de ruimtelijke ordening, zal de komende tijd nog onderwerp van gesprek blijven.

[2] icon for podpress  Verslag Nieuwe Ideaalbeelden: [3] Download

Article printed from Ruimte in LUX: http://www.ruimteinlux.nl

URL to article: http://www.ruimteinlux.nl/verslagen/belgische-toestanden-3

URLs in this post:
[1] download als PDF: http://www.ruimteinlux.nl/podpress_trac/web/146/0/verslag-bt3.pdf
[2] Image: http://www.ditisberry.com/documenten/verslag-bt3.pdf
[3] Download: http://www.ditisberry.com/documenten/verslag-bt3.pdf

Click here to print.