Archikunst
Lees meer over: No Tags.Eerste bijeenkomst uit een reeks van drie over het relatiemotief tussen de disciplines architectuur en beeldende kunst. Graag willen we de processen van samenwerken tussen beiden duidelijk maken. Hoe komen zij samen in projecten? Wat is de invloed van kunstenaars op architectuur en andersom?
Met architecten Paul Kleinlooh (Meltzer en Kleinlooh Architecten) en Frits Borsten (Virtus Architecten) en gespreksleider Daan van Speybroeck (kunstcoördinator Radboud Universiteit)
Het woord ‘relatiemotief’, een associatief woord dat verzonnen is bij de voorbereidingen van deze bijeenkomst, schijnt voor wat hersenkronkels gezorgd te hebben bij de sprekers van vanavond. Paul Kleinlooh vroeg zich af wat het eigenlijk betekende (en heeft vervolgens in een overzichtelijke presentatie in de hele geschiedenis van het relatiemotief tussen architectuur en kunst in een notendop laten zien!) en ook Frits Borsten had er de Dikke van Dale bij gehaald. Puur door te zoeken naar de betekenis van dit woord hebben deze twee architecten, zonder het zelf misschien door te hebben, zelf uitstekend verwoord en laten zien wat het inhoudt.
Paul Kleinlooh
Toont de relatie en verschillende rollen die de uitvoerders van deze disciplines kunnen hebben:
-Architectuur als drager van beeld en taal. (Universeel)
-Samenwerking tussen de disciplines in een Gesamkunstwerk.
-Scheidslijn tussen architectuur en beeldende kunst; ze vinden elkaar wel maar ieder blijft op hun eigen gebied.
-Kunstenaar neemt de rol van de architect over.
-Beeldend kunstenaar als vormgever van een infrastructuur, bijvoorbeeld Trajanusplein door Bas Maters en Jan Hein Daniels.
-Kunst in openbare ruimte, bijv rotonde door Peter Struijken.
-Architectuur wordt beeldende kunst en andersom, bij Ronchamp, zijn gebouw is een beeldend kunstwerk, zijn kunstwerk is een gebouw. Gebouwen die als kunstobjecten in de ruimte staan.
De 1% regeling heeft er voor gezorgd dat er verplicht geld besteed moest worden aan beeldende kunst in architectuur: je moet wel kunst in een gebouw betrekken.
Ervaringen in de praktijk, vanaf begin jaren ’70:
Beeldende kunst is dienstbaar in de architectuur, in opdracht met een bepaald idee. Paul gaf Terwind, een gerenommeerde landschapskunstenaar, een aantal keer een opdracht. Vaak was daar sprake van een goede integratie. Dan werden het bijna extra bouwwerkjes. Soms wordt de kunst erg verenigd met functionele, zoals een gerichte opdracht om twee ruimtes met elkaar te verbinden dmv een kunstwerk of een routing in een gebouw aangeven door beeldende middelen.
Recent project: Raadzaal Nijmegen 2002-2004
Voorbeeld van ‘kunst’ uit zijn context halen: dé wandkleden. Paul ziet deze kleden een typisch voorbeeld van kunst als behang. Kón echt niet meer! Vertelde niets van de ruimte waar het behoorde of over wat er nu gebeurt in de raadzaal. Een kunstwerk op zo’n plek moet iets met zijn omgeving te maken hebben, in de context op zijn plaats zijn.
Onlangs aangeboden aan de gemeente: foto op zeildoek door Nijmeegse kunstenaar Ineke Kaagman: ‘Touwtrekkers’, 2006.
Paul: Architectuur zonder enige functie=kunst?!
Frits Borsten
Virtus is een combinatie van galerie en architectenbureau.
Frits loopt ongeveer 30 jaar ‘achter’ op Paul. ‘Toen Paul zijn eerste project deed, werd ik net geboren…’. Kijkt meer in de toekomst:
Waarom zouden architecten kunstenaars in hun projecten betrekken? Hoe zijn zij in te zetten?
1. gebouw leidt tot kunstwerk
2. kunstwerk leidt tot gebouw
Hij gaat duidelijk voor het uitvoerende traject: kunstenaar en architect in dialoog met elkaar. Wederzijdse beïnvloeding, hun relatie is creatief. Tegenwoordig vaak sculpturale vormen van gebouwen.
Door de galerie in huis te hebben, gaan zij een andere verhouding aan met de kunstenaars. Een thema of concrete opgave vormt aanleiding tot verdieping in elkaars werk, wat weer leidt tot nieuwe inzichten. Hij ziet een actieve samenwerking: elkaar laten beïnvloeden.
Kunstenaar Oscar Lourens:
Zijn werk is met de essentie van architectuur bezig (ruimte, massa, waarneming).
Nieuwe ruimtelijke beleving. Herkenning maar misleiding. Ontkoppelen van maat en eenheid. Zet aan tot denken op originele manieren. Een architectonische ruimte documenteert hij door de ontwerpen bijvoorbeeld in een kaartenbak te stoppen. Of alle plattegronden van een gebouw op A4’tjes in ordners. Uit de context halen. Transporteren van de ruimte en zo een nieuw gebouw maken. Hij heeft een bijzondere, mathematische manier van kijken naar gebouwen. Verschillende interpretaties zijn hierbij mogelijk.
Kunstenaars zijn blij betrokken te zijn bij het proces. Daar groeien zij naar toe en dat is de insteek van Virtus.
Maarten de Vletter, journalist, was bij deze bijeenkomst aanwezig en schreef het volgende over de discussie:
Kunst en Architectuur, wie is de lakei en wie is de visionair?
Nijmeegse Architecten en hun relatie met de ‘vrije’ kunsten
Toen Barbaro aan Palladio de opdracht gaf voor een villa, en hij tegelijkertijd aan Veronese vroeg fresco’s te maken in dat nog niet bestaande huis, wist hij precies wat hij deed. Hij zette de twee grootste kunstenaars van zijn tijd bij elkaar in een hok, hij had namelijk iets bijzonders nodig.
Niet alleen moest de voedselproductie voor Venetië opnieuw worden georganiseerd, ook moest de landbouw, die ordinaire, aardse bezigheid, waar de ijdele stad zich al jaren niet meer druk om had gemaakt, verheven worden tot iets heiligs, dat waard was aangepakt te worden door de elites van een nog altijd trotse stad, maar die wél op sterven na dood was.
De grootsheid, de veerkracht en de onoverwinnelijkheid van Venetië moest glashelder in het landschap worden neergezet, op één van de moeilijkste momenten in de geschiedenis van de stad: na de nederlagen tegen de Turken en de Fransen, en na het openleggen van de zeeroute naar India, China en Japan was Venetië van haar bronnen van welvaart afgesneden. Er was niet meer voldoende te eten, voor velen geen werk. Venetië was vergane glorie, wegzinkend in een zee die zij niet langer beheerste.
De Villegiatura is een voorbeeld van de macht en de kracht van een hecht verbond tussen ‘vrije’ en ‘toegepaste’ kunst. Het doelbewust inzetten van alle beschikbare culturele middelen om een maatschappij nieuwe veerkracht en nieuwe toekomst te geven.
( Iemand bij het bier, was het niet Wim Kol ?: “Zou de architectuur misschien onze multiculturele identiteitscrises aan kunnen pakken met een dergelijk verbond? )
Maar Palladio was er niet blij mee, hij vond dat Veronese zijn architectuur ‘aantastte’, relativeerde, minder zuiver maakte.. maar Barbaro kreeg wat hij hebben wilde: een uiterst functionele woonboerderij, die alle functies waaraan een Villa in de Venetiaanse vlakte moest voldoen perfect vervulde. Het was niet alleen een voedselproductie machine maar ook een landbouwtempel, een religieus symbool en een cultureel statement, functioneel op veel verschillende niveaus.
( Paul Kleinlooh: ‘Kunst is beeld zonder functie’ )
( Frits Borsten: ‘De Kunst geeft mij het gebouw terug’ )
( Wim Kol: ‘De Kunst is vrijer dan de architect, wij zijn toch lakeien voor de elites, niets tegen lakeien, het is een moeilijk en eerbaar vak, en als je morst lig je eruit, maar de Kunst kan een vrijere relatie aangaan met al die andere groepen in de wereld en hun noden, daar kan de architect ruimte mee scheppen bij de opdrachtgever.’ )
Het schijnt dus alleen te werken in handen van een stevige opdrachtgever die weet wat hij wil en snapt hoe hij dat bereiken moet. Barbaro ( de barbaar, de vreemde, het niet bij ons passende, het ongekende ) was een man van de wereld, diplomaat en geleerde. Politicus en denker. En een boer dus, toen de nood aan de man kwam, iemand die wist hoe je aardappels uit grond trekt.
Zulke opdrachtgevers hebben we niet meer volgens de in Vivaldy verzamelde architecten.
Eindeloos de litanie over de onwetende en onwillende opdrachtgever, die denkt dat haar taken overgelaten zouden kunnen worden aan ordinaire bouwmanagementadviseurs. En daar draait het alleen maar om een erg benauwde interpretatie van efficiency. Elk cultureel argument valt in een gapende leegte, de managementadviseurs zouden toch eens met Barbaro in overleg moeten. Heeft het culturele werkelijk geen nut? Is het alleen maar inefficiënt?
Zo hoog is deze nood dat de voorzitter, Daan van Speybroek, die coördinator van de kunstcommissie van de Radboud Universiteit is - hé, een opdrachtgever dus, maar als zodanig sprak hij niet - op een gegeven moment moest constateren dat er geen enkele opdrachtgever meer is die zijn culturele taak serieus neemt, of zelfs maar enig benul heeft van het belang daarvan, en dat we dus in een complete culturele impasse zijn beland….
Frits Borsten heeft vertrouwen in de deugden van de Kunst om de strijd met de opdrachtgever aan te gaan. Tactisch manoeuvrerend in een zee van onzekerheid, onwetendheid en onbegrip brengt hij beide bij elkaar, sturend naar een succesvolle oplossing. Zo neemt hij in ieder geval op het terrein van de kunst een regisserende rol terug, en in dezelfde beweging kan hij zich bij zijn ontwerpwerk diepgaand laten inspireren door de kunstenaar.
Hij werkt dan ook niet met de gevestigde namen zoals Paul Kleinlooh, die het terrein van de kunstenaar graag duidelijk afgrenst en daar dan zeker ook vrolijk en inspirerend mee samenwerkt, maar elk op hun eigen afgebakende plek en hun eigen verantwoordelijkheid tegenover de opdrachtgever. Als Soll Lewitt wat al te hardhandig de architectuur relativeert is Paul daar niet gelukkig mee, maar ja, een opdrachtgever is met zo’n naam wel een belangrijke onzekerheid kwijt…
DE VOLGENDE BIJEENKOMST, WAAR BEELDEND KUNSTENAARS EN EEN INTERIEURACRHITECT IN DISCUSSIE GAAN OVER HUN ERVARINGEN, ZAL PLAATSVINDEN IN SEPTEMBER BIJ GALERIE BART KUNST IN HUIS TE NIJMEGEN. MEER INFORMATIE HIEROVER VOLGT…
Agenda
- No events.
E-mailnieuwsbrief
Vul uw e-mailadres in voor een abonnement op de maandelijkse Ruimte!-nieuwsbrief.
Gerelateerde artikelen
-
No related posts

Artikel-feed Trackback
Even geduld...
Schrijf een reactie