bouwen voor de next generation(Dit opiniestuk dat op 13 juni 2007 in dagblad Trouw werd gepubliceerd is een bewerking van de lezing op 11 juni tijdens het Ruimte!-debat ‘De Kindvriendelijke Stad‘ dat LUX samen met Spectrum organiseerde naar aanleiding van de publicatie van het boek Bouwen voor de next generation. Het verslag van dit debat is hier te lezen. Onderstaand stuk is hier te downloaden als PDF-bestand.)


Het is vandaag Nationale Straatspeeldag. Kinderen moeten echter ook op andere dagen onbezorgd buiten kunnen spelen. Richt buurten daarom anders in.

door Marlies Rohmer

Kinderen spelen niet meer op straat. Althans, veel minder dan vroeger. De ‘achterbankgeneratie’ laat zich door bezorgde ouders per auto of bakfiets naar zwemles of vriendjes brengen; georganiseerde activiteiten genieten bij hedendaagse opvoeders de voorkeur boven ‘zinloos hangen op straat’.

Geef ze eens ongelijk. Niet voor niets is ‘Veilige snelheid in de straat’ de leus waarmee Veilig Verkeer Nederland vandaag tijdens de Nationale Straatspeeldag aandacht vraagt voor de hevige concurrentiestrijd die buiten spelende kinderen met de alomtegenwoordige auto’s moeten voeren. Wat echter belangrijker is, is dat ook de levendigheid uit veel straten is verdwenen en de sociale veiligheid is afgenomen.

Door het verdwijnen van de bakker op de hoek en de snelle opmars van het tweeverdienersmodel zijn er minder mensen die op straat een oogje in het zeil kunnen houden. Ook de clustering van functies in brede scholen, zorgboulevards en grootschalige sportparken - op zich schitterende sociale bolwerken - onttrekt levendigheid aan de straat. Ondertussen is het internet het middel om sociale contacten te onderhouden - vriendjes maken in de buurt is er niet meer bij.

De negatieve effecten zijn legio. Kinderen die onvoldoende buiten spelen worden te dik, hun motorische en sociale ontwikkeling blijft achter en ze leren niet meer op spontane wijze contact te leggen met leeftijdsgenoten. Niet minder belangrijk: doordat kinderen elkaar niet meer op ongedwongen wijze op straat ontmoeten, maken ook hun ouders minder snel een praatje.

Werkbare, praktische oplossingen zijn verrassend eenvoudig te bedenken. Een aantal doordachte ruimtelijke ingrepen zouden al een flink verschil kunnen maken, om te beginnen met het aanleggen van bredere stoepen - in plaats van deze op te offeren aan parkeerplaatsen, zoals in tal van Vinex-locaties gebeurt. De stoep is een vanzelfsprekende plek voor contact, die de levendigheid en veiligheid van de woonomgeving sterk vergroot. De stoep en het schoolplein zijn d?? plekken voor socialisatie en integratie, waar etnische scheidslijnen doorbroken kunnen worden.

Om ruimte te maken moet ten minste een van de twee auto’s van het tweeverdienersgezin maar in een ondergrondse parkeergarage worden gestald - een prijzige oplossing, maar dat moeten we er voor over hebben. Het straatleven kan verder tot ontplooiing komen door in bestemmingsplannen bedrijfjes aan huis toe te staan, en door een goede overgang tussen de woning en de stoep - zoals een veranda - te realiseren en bankjes te plaatsen. Er zijn dan meer ‘ogen op straat’: er zit altijd wel ????n van die hardwerkende ouders met een laptop buiten om het eigen kroost - maar ook dat van anderen - in de gaten te houden.

Kinderen moeten in staat zijn om - niet georganiseerd en zonder begeleiding - vanuit de veilige, levendige en gecontroleerde woonomgeving de stad te ontdekken. Daarbij zijn avontuurlijke, braakliggende terreintjes, de onbestemde rafelranden van de stad die nog niet ten prooi zijn gevallen aan het aanharken van de openbare ruimte, belangrijker dan strategisch geplaatste wipkippen en klimrekken. Pubers moeten zich immers ook kunnen onttrekken aan het ouderlijk toezicht en de voorgeschreven regels van het stedelijk leven.

In plaats van rust, reinheid en regelmaat zijn rotzooi, rommel en ravage de drie R’en waaraan kinderen werkelijk behoefte hebben: zij moeten de mogelijkheid krijgen om zelf hun eigen leefwereld te ontdekken en zich de stad eigen te maken.

Wat nodig is, is een integraal stedenbouwkundig beleid dat beter rekening houdt met de wensen en behoeften van kinderen en gezinnen. Dat beleid komt er niet door de verkokering van het lokaal bestuur waarbij afdelingen langs elkaar heen werken.

Een minister voor Jeugd en Gezin is een stap in de goede richting; ook op lokaal niveau verdienen de belangen van kinderen en gezinnen een behartiging die niet wordt gehinderd door departementale scheidslijnen. De invoering van een gelijknamige wethoudersportefeuille waarin ook ruimtelijke ordening en stedenbouw worden ondergebracht, zou nog beter zijn. Wie geeft de stad terug aan de kinderen?

Marlies Rohmer is directeur van Architectenbureau Marlies Rohmer.

icon for podpress  pdf-versie: Download (209)

  1. 1 Pingback op 14 Jun 2007 om 11:12 am
  2. 2 Opiniestuk Marlies Rohmer in Trouw at Dit is Berry
  3. 3 pligg.com


Schrijf een reactie





abonneer op deze feed itunes.gif

Agenda


    • Geen events
Ga naar de volledige agenda

E-mailnieuwsbrief



Vul uw e-mailadres in voor een abonnement op de maandelijkse Ruimte!-nieuwsbrief.

Gerelateerde artikelen