Donderdag 25 maart is voor de derde keer de Gelderse Prijs voor Ruimtelijke Kwaliteit uitgereikt. De uitreiking vond plaats tijdens de manifestatie Samen Leven in Gelderland, die op initiatief van de Provincie Gelderland werd georganiseerd in Showroom, Arnhem.  Aan het eind van een middag met lezingen en presentaties over het thema Ruimte voor maatschappelijke functies ging uiteindelijk zorgcomplex Omnizorg uit Apeldoorn er met de prijs vandoor.

Voor iedereen die er wel of niet bij was volgt hier een uitgebreid verslag van de middag door Reinder Boeve.

De derde uitreiking van de Gelderse Prijs voor Ruimtelijke Kwaliteit heeft een ‘terechte winnaar’ opgeleverd: Omnizorg in Apeldoorn. De geïntegreerde opvang- en zorgvoorziening in het hart van de stad biedt een plek voor 85 bewoners, die dakloos, verslaafd of psychiatrisch patiënt zijn. De fleurige buitenkant, met luiken in vele kleuren die het individu van de bewoner benadrukken, is opvallend. In het gebouw kan de doelgroep letterlijk hogerop. Als bewoners in hun ‘wooncarrière’ op een hogere verdieping komen, is er een grotere kamer met meer privacy beschikbaar. Lof is er ook voor de het installatietechnisch vernuft in het ontwerp: er is een koppeling met het energiesysteem van het stadhuis van Apeldoorn.
‘Deze verdienen we’, aldus wethouder Jolanda Reitsma als ze de Gelderse Prijs in ontvangst neemt uit handen van juryvoorzitter Jan Terlouw. ‘Voor het lef om dit gebouw middenin de stad te zetten. We hebben heel veel met omwonenden moeten praten. Maar dit is een doelgroep die we niet even wegstoppen.’
De prijswinnaar past helemaal in het thema van de derde editie van deze Gelderse Prijs voor Ruimtelijke Kwaliteit: ‘Ruimte voor nieuwe maatschappelijk functies’. Dit thema is de leidraad voor het programma, dat voorafgaat aan de bekendmaking van de prijs in het Arnhemse stadsatelier Showroom. Vier hoofdsprekers nemen het publiek mee naar belangrijke veranderingen in de samenleving, en de effecten hiervan op de ruimtelijke ordening.

Meteen al na de opening doet Co Verdaas, als gedeputeerde een van de gastheren van deze manifestatie, een dringende oproep om oog te blijven houden voor ruimtelijke kwaliteit. ‘De komende jaren zullen in dit opzicht lastig worden. Er komen donderwolken aan voor het openbaar bestuur’, zegt hij, wijzend op de financieel zware tijden en de kerntakendiscussies die her en der opgeld doen. ‘In tijden van crisis moeten we elkaar vasthouden en vasthouden aan kwaliteit, anders doen we het fout voor toekomstige generaties. Ik kies straks liever drie goede plannen dan zes die fout uitpakken. Onze kinderen en kleinkinderen zullen er dankbaar voor zijn.’

Daarna is het woord aan de eerste hoofdspreker, beeldend kunstenaar Hans Jungerius. Hij geeft het publiek een virtuele rondleiding in Showroom en de directe stadsomgeving, ‘een merkwaardig Umfeld’ in de woorden van Jungerius. Hij ziet de gebouwde omgeving als een levend archief, waarin opeenvolgende opvattingen over onszelf en de leefomgeving zijn verzameld. Ook de ruimte waarin vorig jaar Showroom opende is een optelsom van goede bedoelingen. Zelden wordt een plan in de stad in zijn geheel uitgevoerd, aldus de kunstenaar. Deze ruimte en de directe omgeving stammen uit de tijd dat een strikte scheiding van wonen en werken het ideaal was. Modernisme zwierf als een spook door de stadscentra. Het nastreven van mobiliteit had een verkeersdoorbraak tot gevolg, die nog steeds voor de deur bij Showroom te zien is. De ruimte zelf, de begane grond van parkeergarage Langstraat, was tot vorig jaar open en oorspronkelijk bedoeld als voetgangerspassage tussen rivier en stadscentrum. ‘Maar het plan leed schipbreuk, de stad is niet met de rivier verbonden geraakt. De passage werd een hangplek in de marge.’
Jungerius zelf gaf de verloren hoek in de stad een creatieve impuls door er twaalf jaar geleden tijdelijke tentoonstellingen te organiseren. In een hoekje van de ruimte bouwde hij een onverwarmd kunstenaarskantoor. Vorig jaar vestigden O.P.A., G.A.N.G. (kunstenaarscollectieven) en CASA (architectuurcentrum) er zich en kreeg de eens zo verloren hoek in de stad een nieuwe functie als creatief broeinest en podium voor kunst- en architectuurmanifestaties. In de woorden van Jungerius: ‘De plek bestond al jaren, maar de potentie kwam in beeld doordat we het perspectief veranderden. Voor zo’n functieverandering heb je kunstenaars en andere creatieven nodig.’

Vervolgens bespreekt Huub Kloosterman (Urban Xchange) nieuwe maatschappelijk trends en hun invloed op het gebruik van gebouwen en plekken. Hij ziet de stad als spiegel van mondiale trends. Ook Kloosterman ziet ruimtelijke ordening als een werkveld, waarin het geloof van absolute maakbaarheid vanaf de tekentafel langzamerhand weggevaagd is. Hij bouwt zijn betoog op vanuit vier invalshoeken: nieuwe orde, nieuwe thema’s, nieuwe plekken en nieuwe strategieën. Wat betreft die nieuwe orde is zijn stelling dat de stad nooit stil staat. De kantooras van vandaag is – door een inzakkende economie en/of een overvloed aan kantorenbouw - de Vogelaarwijk van morgen.
Nieuwe thema’s winnen aan betekenis: globalisering versus authenticiteit is er een van. Terwijl de mondialisering toeslaat, is er meer en meer behoefte aan authentieke plekken in de stad. Tegelijkertijd is er de belevingseconomie, die vraagt om vertelkracht van een locatie. Productieplekken veranderen in consumptieplekken. In deze nieuwe economie creëren ontastbaarheden 80 procent van de welvaart, aldus Kloosterman. Denk bijvoorbeeld aan het kopje koffie op een terras: dat is tien keer duurder dan het kopje thuis, maar het gaat om de beleving. Om goede ruimtelijke plannen te maken, moet er meer nog dan vanuit vastgoed gedacht worden vanuit identiteit. Zo kun je een gebied in het hart van mensen krijgen. In de ruimtelijke ordening zijn kwesties actueel over wat publiek en wat privaat is. De discussie over de Belle van Zuylen in Utrecht maakte dat duidelijk: niemand mocht meepraten over de bouw van een wolkenkrabber, die in de verre omtrek de skyline zou gaan bepalen. Ook op andere plaatsen is deze trend zichtbaar: neem bijvoorbeeld de opkomst van nieuwe publieke domeinen, zoals het restaurant van IKEA, waar mensen massaal komen ontbijten. ‘Als je de mening van de gemiddelde Nederlander wil weten, kun je het beste daar gaan rondvragen.’ Ook op het terrein van citybranding nemen bedrijven bezit van het publieke domein. Zo plaatst Nike nauwelijks van officieel te onderscheiden gebodsbordjes bij speelvelden in Berlijn: ‘Bitte nur mit Leder füttern’. Dezelfde ‘strenge’ bordjes zijn terug te vinden in de winkels, en koppelen zo commercie aan maatschappelijke doeleinden.
Ondertussen zijn er nieuwe plekken waar te nemen in de stad. Kloosterman noemt bijvoorbeeld tijdelijke plekken, die al dan niet legaal in te zetten zijn voor kwaliteit in de tussentijd.
Tenslotte onderscheidt hij ook nieuwe strategieën, die vanuit de nieuwe orde, de nieuwe thema’s en nieuwe plekken verstandig zijn om te volgen. De trend is bottom up. ‘Mensen willen veel meer betrokken zijn. Er is behoefte aan particulier opdrachtgeverschap.’ Een les is ook om de vertelkracht van plekken te vergroten. ‘Creëer een verhaal. Succesvolle plekken hebben een sterke identiteit.’ Wanneer je dan toch van bovenaf (top down) ingrepen in de stad pleegt, doe het dan als strategische interventie. ‘Dat is als acupunctuur voor de stad, zo kun je top down beweging krijgen in de stad.’ Houd er ondertussen rekening dat de toekomst niet te voorspellen valt. Plannen dienen zo te zijn dat ze flexibel en aanpasbaar zijn. ‘We bewegen van ‘predict’ naar ‘provide’.’
Aan het eind van zijn betoog krijgt Kloosterman van gespreksleider Rob Verhofstad de vraag of de zestien genomineerden voor de Gelderse Prijs passen in de gesignaleerde trends. Volgens Kloosterman is er bij de selectie in elk geval goed nagedacht over de ruimtelijke uitstraling van de projecten. Wel ziet hij de inzendingen vooral als gebouwgerichte ontwerpen, meer dan als gebiedsontwikkelingen.
Hij geeft zijn toehoorders als laatste de gedachte mee om bij planontwikkeling vooral een duidelijke visie te geven. ‘Waar wil je dat het naartoe gaat? Die vraag is onontbeerlijk. We plannen nu voor hoe het er morgen uitziet. De kantorenparken en bedrijventerreinen aan de randen van de stad gaan gewoon langzaam dood, doordat ze maar een functie hebben. Zo’n functie is een jaar of 15 courant, maar de gebouwen gaan gemakkelijk zestig jaar mee. Plannen krijgen flexibiliteit door functies te mengen. En niet alleen een functionele mix, ook een financiële mix is belangrijk. Zorg ervoor dat je partijen ook goedkopere ruimtes kunt bieden.’

Journalist Yvonne Zonderop bouwt vervolgens in haar inleiding voort op het betoog van Kloosterman, en spreekt over het veranderende belang van planning in de ruimtelijke ordening. Ze heeft respect voor de ambtenaren die momenteel de lastige taak hebben om de ruimtelijke ordening vorm te geven. ‘De rationele benadering van weleer roept steeds meer problemen op. Hoe daar mee om te gaan?’
De individualisering van de samenleving is iets waar het openbaar bestuur vooral mee worstelt. In deze tijd verandert alles steeds van vorm, aldus Zonderop. ‘Het is vloeibare moderniteit, waarbij individualisering niet zozeer een keus is maar ons lot.’ Nieuwe technologieën zoals internet ondersteunen de verdere opmars van individualiteit alleen maar.
Een tweede probleem waar het openbaar bestuur mee kampt is de ‘en-en’ samenleving. De ontwikkelingen die Kloosterman schetste zijn niet zozeer tegengesteld, maar spelen zich tegelijkertijd af. ‘Wat we in de samenleving gemeenschappelijk hebben, raakt steeds diffuser. De stad is een plaats waar groepen elkaar steeds minder ontmoeten. Het is de archipelisering van de stad die tien jaar geleden in gang is gezet.’ Mensen leven in verschillende werkelijkheden langs elkaar heen, bijvoorbeeld de elite in een jarendertig-buurt en laaggeschoolden in hun krachtwijk. Het ergste is daarbij eigenlijk, aldus Zonderop, dat de groepen niet eens meer met elkaar in conflict komen. ‘Hoe voer je dan het gesprek over hoe je de samenleving wil vormgeven?’
Volgens Zonderop is zelforganisatie het begin van het antwoord op die vraag . ‘De overheid moet loslaten, zaken aan mensen zelf overlaten. Niet alles voor iedereen gelijk willen regelen. Dat biedt interessante mogelijkheden. Op deze manier is de overheid iets wat we samen gaan doen. Ambtenaren schrijven niet voor, maar staan bij.’

In een reactie op het verhaal van Zonderop beaamt Kloosterman haar visie. ‘Het planmatige gaat er af, maar het betekent niet dat ambtenaren ineens werkloos zullen zijn.’ Wel voorziet Kloosterman dat er in de toekomst weer meer sociologen in het openbaar bestuur nodig zullen zijn dan planologen. Volgens Kloosterman heeft de overheid ook in de samenleving die onderhevig is aan archipelisering een nobele taak: zorgen voor verbindingen.
Toehoorster Jolanda Reitsma, de wethouder uit Apeldoorn die aan het slot van de bijeenkomst de Gelderse Prijs in ontvangst zal nemen, zet kanttekeningen bij de bottom up-benaderingen door Zonderop. Voor velen is het schaalniveau bij ruimtelijke plannen te hoog, aldus de wethouder. ‘Bij ons mocht de bevolking meepraten over het centrumplan voor Apeldoorn. We hebben 50.000 gezinnen aangeschreven. Op de avond zelf kwamen maar 50 mensen af.’
Zonderop weerspreekt de geringe publieke belangstelling voor ruimtelijke ordening. Het multimediaproject Ruimtelijke Agenda van de Volkskrant kreeg in 2008 duizenden reacties. ‘Leg dus niet het moede hoofd in de schoot.’

Hoopgevend is ook het betoog van Henk Sijsling van TNO Centrum Zorg en Bouw. Hij presenteert in sneltreinvaart een case study over woon-zorgcomplexen en de houdbaarheid ervan. De ervaring leert dat veel van dit maatschappelijk vastgoed de tand des tijds niet kan weerstaan, doordat de ontwerpen weinig aansluiten bij het weefsel van de stad. Sijsling becijfert dat met een goed ontwerp de rentabiliteit van de complexen met sprongen omhoog gaat. Prijswinnende ontwerpen blijken duurzaam vastgoed. Overigens toont Sijsling ook beelden van prijswinnend vastgoed in suburbaan Amerika, dat nauwelijks twintig jaar na de bouw alweer tegen de vlakte gaat. Maar dit betrof enorme flats, die niet aansloten bij de menselijke maat. Een van zijn stellingen is dan ook dat stapelbouw niet nodig is. Ter illustratie monteert de TNO-onderzoeker Los Angeles – een uitgestrekte stad die voornamelijk bestaat uit laagbouw – in een kaartje van de Randstad. De stad van 17 miljoen past met gemak in het gebied in West-Nederland waar een kleine 7 miljoen mensen wonen.

Na de pauze volgt de bekendmaking van de Gelderse Prijs voor Ruimtelijke Kwaliteit. Eerst licht namens de provincie Gelderland Elbert van der Linden de totstandkoming toe van de editie 2010 - de derde sinds 2006. De externe jury kreeg een selectie van zestien genomineerden onder ogen, nadat Van der Linden en andere deskundige provincieambtenaren een voorselectie maakten uit de in totaal veertig inzendingen. Zij keken naar spreiding naar thema, plaats in de provincie en locatie in de stad of op het platteland. Gekozen is voor zestien nominaties, in plaats van de tien in 2008, door de maatschappelijke breedte van het thema.
CASA-directeur Edwin Verdurmen presenteert vervolgens in zestien minuten alle nominaties – een minuut per inzending – die variëren van brandweerkazerne tot museum en van multifunctioneel centrum tot topsportcomplex, zorgcentrum of gemeentehuis. Daarna is de bekendmaking van de publieksprijs. Met een derde van de duizend stemmen wint Welnessresort Veluwse Bron in Emst €1000, die naar eigen inzicht te investeren is in het project.
Het resort bestaat uit een eigentijds groot gebouw dat aansluit bij de omgeving en een kuurtuin, in combinatie met natuurontwikkeling. Het plan vormt een schakel tussen het omliggende kleinschalige mozaïeklandschap en enkele recreatieplassen. Zichtlijn en sfeer versterken deze verbinding. Detail: de daken zijn bedekt met mos en sedum.

Hierna voert juryvoorzitter Jan Terlouw de spanning op met een bespiegeling op het thema van 2010, in een lange aanloop naar het uitroepen van de winnaar. ‘Ruimtelijke kwaliteit is niet alleen een optelsom van fysieke functies, maar heeft ook een maatschappelijke ondertoon. De architect heeft, als we de architectuur vergelijken met andere kunstvormen, een grote verantwoordelijkheid. Voor een concert begeef je je in de beslotenheid van een concertzaal. Een gebouw krijg je gewoon opgedrongen.’
Het brede palet aan nominaties illustreert dat er nieuwe wegen worden bewandeld, aldus Terlouw. De jury beoordeelde onder meer op de eigenheid van het plan, de sociale component, de inpassing in de omgeving, en ook naar de manier waarop ruimtelijke kwaliteit in het ruimtelijke proces verankerd was, opdat ambities overeind bleven. Uiteindelijk hanteerde de jury deze criteria: is er evenwichtig geïntegreerd in de omgeving, is het ontwerp sociaal, inhoudelijk en fysiek duurzaam en is de manier waarop het ontwerp gestalte kreeg esthetisch verantwoord.
Voordat Terlouw de prijswinnaar onthult, licht hij toe welke twee inzenders eveneens tot het laatst toe kans maakten. Het nieuwe stationsplein in Zutphen – met onder meer een verdiepte, fraai aangelegde gratis fietsenkelder – geeft de stad een waardige toegangspoort. Bovendien is het een impuls voor openbaar vervoer en gebruik van de fiets. En het stadskantoor in Winterswijk, de andere grote kanshebber, blijkt een belangrijke schakel tussen kern en station. Het trotse en robuuste complex past bij het karakter van Winterswijk. De introductie van woningen bovenop het gemeentekantoor is een opmerkelijke vondst, en complimenten zijn er ook voor de toepassing van lokale bouwmaterialen: de bakstenen komen uit een fabriek in Winterswijk.
Dat de jury uiteindelijk unaniem koos voor Omnizorg in Apeldoorn, komt doordat deze genomineerde het best aansloot bij het thema van nieuwe maatschappelijk functies in de ruimtelijke ordening.


  1. Geen reacties

Schrijf een reactie





abonneer op deze feed itunes.gif

Agenda


    • No events.
Helaas, de agenda doet het even niet. Zie de algemene agenda van LUX voor de debatten die LUX organiseert, waaronder ook de Ruimte!-programma's.

E-mailnieuwsbrief



Vul uw e-mailadres in voor een abonnement op de maandelijkse Ruimte!-nieuwsbrief.