“Politiek moet duidelijk maken wat corporaties moeten doen”
Lees meer over: Talis, woningcorporaties.Dit opiniestuk schreven Kees Strik (directeur woningcorporatie Talis) en Jolande Tijhuis (woonbedrijf ieder1) naar aanleiding van hun bijdrage aan het debat “Wat is de politieke toekomst van de woningcorporatie?” van 12 februari 2007. Het verscheen tevens in de versie van Aedes Magazine die deze week uitkomt.
Woningcorporaties zijn de afgelopen jaren voortdurend onderwerp van publiek debat. Het vermogen van de corporaties, de bouwproductie, de leefbaarheid in de wijken en sociale projecten passeren de revue. Er heerst een teneur van ontevredenheid en het debat sleept zich voort. Tenminste, in het nationale debat. Lokaal ligt het vaak genuanceerder. Op veel plaatsen werken gemeenten en corporaties heel goed samen. Steeds vaker zijn daarbij ook partijen uit de zorg, het welzijn en het onderwijs betrokken. De impasse in het nationale debat moet doorbroken worden, juist ook omdat het lokaal moet gebeuren.
De afgelopen week is op twee plaatsen beweging geforceerd. Binnen Aedes, de brancheorganisatie van de corporaties, is besloten tot een omvangrijk bod namens de corporaties aan de samenleving. Concreet komt het onder andere neer op een flink bedrag om te investeren in achterstandswijken en een bijdrage aan de betaalbaarheid van de huren. In het coalitieakkoord van CDA, PvdA en ChristenUnie staat aangekondigd dat er nog vóór de zomer een actieplan ‘sterke wijken’ moet komen. Op lokaal niveau moeten gemeenten op basis van gemeentelijke woonvisies met woningcorporaties concrete prestatieafspraken maken over investeringen van corporaties. Richting corporaties is de boodschap helder: “Mocht onverhoopt met corporaties geen overeenstemming worden bereikt over hun bijdrage aan de betaalbaarheid en over hun investeringsinspanningen, dan zal anderszins het omvangrijke maatschappelijk vermogen van woningcorporaties actief voor dit doel worden ingezet.” Los van de complicaties die dit laatste zou hebben, spreekt de politiek hiermee uit dat er meer van corporaties verwacht wordt.
Maar nu andersom. Wat hebben de corporaties van de politiek nodig om te doen wat ze moeten doen? Nu is het zo dat problemen die nationaal te lang zijn blijven liggen de veelal goede samenwerking op lokaal niveau tussen gemeenten en corporaties frustreren. Wij vragen dringend aandacht voor vier grote en slepende kwesties.
De eerste is de onduidelijkheid over het kader voor woningcorporaties. Er is de afgelopen jaren enorm veel gepraat over de verhouding tussen overheid en corporaties, over wat corporaties wel en wat ze niet mogen, over de verhouding tussen corporaties en commerciële partijen en ga zo maar door. Deze debatten hebben tot nu toe één ding gemeen, ze komen namelijk niet tot een einde. Corporaties bereiken bijna het punt om te verzuchten dat elke uitkomst goed is als het debat, de onzekerheid en het negativisme maar stoppen. Zonder duidelijke taakstelling in een helder institutioneel kader, kunnen corporaties geen goed doen en kunnen ze ook niet eerlijk op hun daden beoordeeld worden. Niemand kan immers met zekerheid zeggen waarop corporaties precies beoordeeld moeten worden.
De tweede kwestie betreft de samenwerking met de lokale overheid. Corporaties willen met hun gemeenten samenwerken, ook op basis van woonvisies die daar gemaakt worden, maar dan moeten de gemeenten dat wel kunnen en politiek willen. Kunnen qua omvang en kwaliteit van het ambtenarenapparaat, wat nu beslist niet altijd zo is. En politiek willen: gemeenten moeten afspraken met corporaties op basis van gelijkwaardigheid aan willen gaan (met verplichtingen en sancties over en weer) en de gemeenten moeten hun verantwoordelijkheid voor het realiseren van de woonbehoeften nemen en niet de ene keer de volkshuisvesting een warm hart toedragen en de andere keer via hun grondpolitiek streven naar maximale grondopbrengsten. Anders dan dat het probleem van de samenwerking tussen gemeenten en corporaties doet vermoeden, speelt de Rijksoverheid een belangrijke rol in dit probleem. Alleen het Rijk kan de gemeenten – voorzover zij daar zelf niet toe komen – immers in de juiste stand krijgen.
Het derde probleem betreft de bouwproductie. Hoewel de corporatiesector een scherp stijgende bouwproductie laat zien, blijft de behoefte (ook van de corporaties zelf!) op dit punt meer inzet te plegen. De politiek tamboereert daar terecht op. Maar hoe kan het dan, dat het diezelfde politiek niet lukt de procedures rondom nieuwbouw substantieel te verkorten en te vereenvoudigen? Vrijwel voortdurend is er wetgeving in voorbereiding die hier verlichting in moet brengen. De praktijk echter die wij ervaren staat daar haaks op. Vrijwel geen bouwproces meer zonder hele roedels juristen. Bovendien zijn er veel procedures die door de overheid (vaak ook uit politieke angst voor de reactie van het electoraat) te laat in gang worden gezet. Altijd vertraging en minder productie is het gevolg. De politiek is hier echt aan zet. Maak een keuze en handel daarna consistent!
Tot slot het toezicht. Omdat een heldere taakomschrijving ontbreekt, wordt effectief toezicht moeilijk. Maar met het toezicht is nog iets anders aan de hand. Corporaties die door gebrekkig management niet tot daden komen, kunnen dat in de huidige constellatie lang vol houden. Politiek heb het lef en verschaf u zelf het instrumentarium om daar doorheen te breken. Wij vinden het terecht dat de overheid een Raad van Commissarissen van een corporatie naar huis stuurt, die bij een gebrekkig management niet ingrijpt. Nu stralen dit soort gevallen af op de hele sector en daar is niemand bij gebaat.
Onze slotconclusie is dat het nu tijd is om knopen door te hakken. Wij realiseren ons dat wonen voor mensen heel belangrijk is en dat de politiek daarom corporaties nauw wil volgen. Maar de politieke stilstand van de afgelopen jaren, maakt ons werk in de steden en dorpen moeizaam. Daar moeten we vanaf. Onvoldoende politiek antwoord op de hiervoor geschetste kwesties leidt tot een blijvend tegenvallende bouwproductie, verloederende wijken en te weinig vooruitgang bij de veelbelovende samenwerking tussen partijen uit het wonen, de zorg, het welzijn en het onderwijs.
Jolande Tijhuis is bestuurder van Woonbedrijf ieder1, corporatie in Zutphen en Deventer. Kees Strik is bestuurder van Talis, corporatie in Nijmegen en Wijchen. Dit is een bewerking van hun bijdrage aan het debat ‘de politieke toekomst van de woningcorporaties’ onlangs in LUX in Nijmegen.
Schrijf een reactie
Agenda
- No events.
E-mailnieuwsbrief
Vul uw e-mailadres in voor een abonnement op de maandelijkse Ruimte!-nieuwsbrief.


“De politiek” ? Dat zijn toch uiteindelijk diegene de namens de bevolking optreden?
Naar mijn idee passeren zowel de gemeente als de woningbouwcooperaties het uiteindelijke belang van de bewoners namelijk de behoefte aan een leefbare leefomgeving, met alle aspecten die daaraan verbonden zijn. Blijkens het artikel zijn beide spelers verwikkeld in hun eigen spel en hiebij zodoende in een impasse geraakt. Wellicht helpt het om weer bij het begin te beginnen: voor wie werken we eigenlijk ? Dit houd in meer
koncreet in contakt te treden met bewoners voordat men mat plannen begint. Dat begint bij transparantie en eenduidiger procedures.
Ook van belang is de stand van mogelijkheden , de kennis over “leefbare leefomgeving” op peil te houden en hierover op een zorgvuldige manier met de bewoners communiceren. Met andere woorden geef de bewoners de “tools” om mee te denken en beslissen over de inrichting en ontwikkeling van hun eigen leefomgeving. Wie weet hoe een duurzame leefomgeving er precies uitziet?
Zowel gemeenten als woningcooperaties zullen zich zorgzamer, dienstbaarder en behulpzamer moeten opstellen ten op zichte van “de bewoners” .
Om over na te denken: Stel iemand heeft om gezondheidsredenen behoefte aan een leefomgeving zonder auto-hinder. Hoe kan deze persoon dat bereiken?