Nieuw Nijmegen aan Waal is van iedereen

Nijmegen moet deze maand een ruimtelijk plan voor de dijkingreep bij Lent ontwikkelen. Is er ook gedacht aan een rol voor bewoners?

door Rob Jaspers

Slide Rob JaspersSinds 1987 wordt er aan de Waalsprong getekend. Een ding heb ik geleerd in al die jaren: papier is geduldig. Alles is veranderlijk. Elk bouwproject is al eens aangepast.

Onlangs zijn de eerste ruimtelijke schetsen voor de dijkteruglegging in Lent gepresenteerd. Fantastische beelden van een eiland, een overstroombare landtong, een recreatiehaven en een nieuwe stedelijke kade in de zon. Maar of dit ook de werkelijkheid wordt?

Sinds 2000 is het stadsbestuur al druk met de dijkingreep. Stapels papier zijn er geproduceerd, ontelbare debatten gevoerd. Zeker bij de discussies in Lent proefde je altijd veel emotie. De pijn van Lent, het kruis van Lent is het wel eens genoemd (inclusief alle ellende rond de aanpassingen op de A325). Waar maak je nog mee dat de pastoor vanaf de kansel praat over bedreigingen voor het dorp? Hij sprak over de vernieling van het dorpskarakter, het dorpsleven en het gebrek aan respect voor de historie van Lent.

We hebben er als stadsredactie veel over geschreven. We hebben de bestuurders soms opgejaagd met de discussies en commentaren. De insteek was altijd: maak het bestuurders zo lastig mogelijk zodat de best mogelijke oplossing uit de bus komt. Die aanpak geldt nog steeds, ook als over de nieuwe toekomst van Lent wordt gesproken. Een toekomst met een dijkingreep die onvermijdelijk is geworden na de uitspraak van de Tweede Kamer afgelopen jaar.

Het alternatief van de lokale dorpsgroepen voor de ingreep is in het verleden vaak aan de orde gekomen. Het zorgde voor twijfel bij veel deskundigen van Rijkswaterstaat, de provincie, waterschap en de gemeente. Het alternatief van professor Van Ellen - een extra geul in de uiterwaarden; dus geen geul dwars door Veur-Lent - zette destijds ‘een nieuw denken’ op gang. De zogenaamde onaantastbare aannames en oplossingen van Rijkswaterstaat stonden plots ter discussie. Het maakte duidelijk dat je dit soort ingrepen niet zomaar dwingend kan opleggen. De professionals van Rijkswaterstaat moesten in gesprek gaan met de direct betrokkenen en leren luisteren naar alternatieven voor de aanpak van de flessenhals in de Waal bij Nijmegen.

Overigens heb ik zelf altijd grote twijfels gehad over de oplossing van Van Ellen. Hij lanceerde zijn plannen vanuit de techniek. Hij was geschoold in landen als Bangladesh. Ook zijn oplossing zou het uiterwaardenlandschap in Lent stevig hebben aangetast. Dan hadden we enorme betonnen drempels of wanden in het landschap langs de rivier gekregen. Misschien onzichtbaar bij hoogwater, maar bij laagwater een afschuwelijk beeld vanaf de Nijmeegse Waalkade.

Maar nu terug naar de dijkingreep en de actuele schetsen voor het nieuwe Lent. Het is een kans. Jazeker. Een kans om er iets moois van te maken, maar ook om het grandioos te verpesten.

Afgelopen weken hebben allerlei deskundigen hun mening gegeven over de ruimtelijke invulling. Ze geloven in hun ideeen, het zijn immers professionals. Maar ik ben soms bang voor eigengereide professionals.

Ik besef dat de dijkingreep, de Citadel (het nieuwe hart van Lent ten westen van de spoorbrug rond het Hof van Holland) en de ontwikkeling van het westelijke Waalfront een nieuw gezicht aan Nijmegen gaan geven. Deze drie ontwikkelingen moeten nauw met elkaar verbonden worden. Samen zorgen ze voor een ander Nijmegen. Over twintig jaar stroomt de Waal dan immers door Nijmegen en niet meer erlangs. Wat zei wethouder Paul Depla onlangs over de dijkingreep: als het moet, laten we het dan vooral goed doen. Daar kan helemaal niemand tegen zijn. De vraag is alleen: hoe doe je het goed?

Volgens mij moeten de plannenmakers en het stadsbestuur beseffen dat ze geen vrij spel hebben. Het gaat zoals gezegd over de stad van de toekomst. Dit is geen opdracht voor alleen deskundigen. Er moet voor gezorgd worden dat in stad en regio enthousiasme groeit voor deze ontwikkelingen. Nog steeds wordt de dijkingreep als een bedreiging gezien. Daar moeten we vanaf. Bewoners van Lent, maar ook van elders in de stad, moeten meegenomen worden in een droom over het nieuwe Nijmegen. Zeker voor de bewoners van Lent betekent dit een omschakeling. Zij hebben altijd gereageerd vanuit verzet op de dijkingreep en de Waalsprong. Begrijpelijk. Vaak was dat verzet ook terecht. Maar het is nu tijd om het verleden te laten rusten. Frustratie leidt tot niets. Daar krijg je alleen hoofdpijn van.

Vanaf nu moet er alleen nog over een unieke uitdaging voor de stad en bewoners gesproken worden. Plannenmakers en stadsbestuur moeten werkelijk met de bewoners in de stad en omgeving in gesprek gaan over deze projecten. Deze vernieuwing van de Waaloevers moet een thema in de stad worden. Mijn advies: laat mensen meedromen. Laat zeker jongeren meespreken, voor hen bouwen we immers verder aan de stad. Zorg voor lespakketten op scholen. Laat kunstenaars meedenken. Geef hen een plek in de omgeving van de dijkingreep. Zorg voor tijdelijke ateliers, maak er ontmoetingsplekken van. Zorg voor wandelingen en excursies door het gebied. Zet fotografen aan het werk. Vraag de gebroeders Das om Nijmegen anno 2030 te tekenen. Zorg voor praattafels en droombijeenkomsten. De architecten Liesbeth van de Pol en Lodewijk Baljon hebben bij de ontwikkelingen van hun plannen voor het westelijk Waalfront laten zien dat je buurtbewoners, tegenstanders en voorstanders, goed kan laten meedenken. Met als resultaat dat het plan Koers West is omarmd door de wijk. Het verzet is miniem.

Niks moet te gek zijn om mensen te betrekken bij het meedenken over het nieuwe Nijmegen. Zet ze in de bus. Rij ze rond in riviersteden in Nederland en Duitsland. Toon ze de kansen en mislukkingen elders. Als we de plannenmakerij alleen overlaten aan professionals gaat het mis, vrees ik. Al sinds 1987 praten we over de Waalsprong. In 2005 maakte de redactie van De Gelderlander een rondje langs tientallen bewoners aan de overzijde: ‘Is dit Nijmegen?’ vroegen we. ‘Nee’, zei de meerderheid. De mensen leven in de Betuwe nog steeds ‘los van de stad’.

Vroeger in de jaren dertig van de vorige eeuw gingen Nijmegenaren zwemmen in het Waalbad aan de overzijde. Elke Nijmegenaar stak wel eens met de kinderen met het pontje over naar de overkant. Herinner de mensen opnieuw aan die verhalen. Maar wijs de Lentenaren er op hun beurt op dat ze vroeger zonder de grote stad niet konden overleven. In de stad zetten ze hun producten af. Veel Lentenaren hebben ook altijd graag een pilsje gedronken op de Grote Markt, zoals Nijmegenaren zich thuisvoelden in cafe De Zon op de Oosterhoutsedijk.

Zelf heb ik jaren geleden ontdekt dat de uiterwaarden aan de overzijde zeker net zo mooi zijn als in de Ooijpolder, misschien zelfs spannender. Publiceer hierover. Voor het schetsen van de nieuwe stad in wording zijn in eerste instantie vooral dromers nodig. De sprong over de Waal heeft nog geen plek gekregen in het collectieve geheugen van de stadsbewoners. Daarvoor hebben we nieuwe verhalen nodig. Tenslotte: als er op enig moment een goed verhaal en plan ligt, dan moeten de stadsbestuurders ook de poot stijf kunnen houden onder het motto ‘we doen het goed of we doen het niet’. Zoals ooit eerder de 19e-eeuwse schil in Nijmegen ontwikkeld en gerealiseerd is. Op kwaliteit mag je niet interen. Tegelijk moeten er altijd openingen blijven voor verrassingen bij de ontwikkeling van de nieuwe stad.

Dit is een verkorte versie van een verhaal dat redacteur Rob Jaspers afgelopen week hield bij een debat over de dijkteruglegging in LUX. Het artikel verscheen eerder in de Nijmegen-editie van De Gelderlander.


  1. Geen reacties

Schrijf een reactie





abonneer op deze feed itunes.gif

Agenda


    • No events.
Helaas, de agenda doet het even niet. Zie de algemene agenda van LUX voor de debatten die LUX organiseert, waaronder ook de Ruimte!-programma's.

E-mailnieuwsbrief



Vul uw e-mailadres in voor een abonnement op de maandelijkse Ruimte!-nieuwsbrief.